Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld tot 16 dagen gevangenisstraf wegens mishandeling van een oudere vrouw op 20 februari 2023 te Nieuwerkerk aan den IJssel. De primaire tenlastelegging werd verworpen en verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, maar veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde mishandeling.
De mishandeling bestond uit het stompen van het slachtoffer nabij het oog, waarbij het slachtoffer pijn en een blauw oog opliep. Verdachte handelde in beschonken toestand en bevond zich op dat moment nog in proeftijd wegens een soortgelijk feit. Het hof hield rekening met de recidive en eerdere veroordelingen van verdachte.
Daarnaast werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken toegewezen. Het hof besloot deze straf om te zetten in een taakstraf van 120 uren, waarbij het de LOVS-afspraken in acht nam. Hiermee werd beoogd een straf op te leggen die qua zwaarte meer in overeenstemming is met de oorspronkelijk opgelegde straf, en werd uitdrukking gegeven aan het feit dat omzetting een gunst is na het niet naleven van de voorwaarden.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht, waarbij het de verdachte veroordeelde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 16 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf van 120 uren ter vervanging van de voorwaardelijke gevangenisstraf.