ECLI:NL:GHDHA:2025:1053
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot conservatoir beslag op woning wegens onvoldoende onderbouwing vordering en geen gegronde vrees voor verduistering
Verzoeker, namens gedupeerden van de toeslagenaffaire, verzocht conservatoir beslag te leggen op de woning van verweerder om verhaal mogelijk te maken voor schadevergoedingsvorderingen. De voorzieningenrechter wees dit verzoek af wegens het ontbreken van summierlijke deugdelijkheid van de vordering. Verzoeker ging in hoger beroep, maar deed afstand van mondelinge behandeling.
Het hof bevestigde dat de beoordeling van het beslagverzoek plaatsvindt op basis van summier onderzoek volgens artikel 700 lid 2 Rv Pro. Verzoeker slaagde er niet in voldoende concrete feiten aan te dragen die de persoonlijke civielrechtelijke aansprakelijkheid van verweerder onderbouwen. Het enkele feit dat verweerder formeel eindverantwoordelijk was en excuses aanbood, is onvoldoende voor aansprakelijkheid.
Daarnaast ontbrak het aan gegronde vrees voor verduistering van de woning, ondanks dat verweerder in Brussel woont met immuniteit. Ook stond een belangenafweging tegen toewijzing in verband met de primaire bodemprocedure tegen de Staat. Het hof bekrachtigde daarom de afwijzing van het beslagverzoek en veroordeelde verzoeker in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot conservatoir beslag wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van gegronde vrees voor verduistering.