ECLI:NL:GHDHA:2025:1063
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste adressering verdachte in buitenland
In deze strafzaak tegen een verdachte geboren in Litouwen, die niet is ingeschreven in de Nederlandse Basisregistratie personen, stond het gerechtshof Den Haag voor de vraag of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was uitgereikt. De verdachte had tijdens het politieverhoor een woonadres in Litouwen opgegeven. De dagvaarding werd echter aan een afwijkend adres in Litouwen verzonden, wat niet overeenkwam met het door verdachte opgegeven adres.
Tijdens de terechtzitting op 22 april 2025 bleek dat de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was uitgereikt, zoals vereist in artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit leidde ertoe dat de dagvaarding nietig werd verklaard, aangezien de verdachte niet aanwezig was op de zitting. Een latere dagvaarding, verzonden op 14 april 2025 naar het correcte adres, kwam te laat omdat de wettelijke termijn van tien dagen niet was gerespecteerd.
Het hof oordeelde daarom dat de procedure in hoger beroep niet kon worden voortgezet en verklaarde de dagvaarding nietig. Dit arrest werd gewezen door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 22 april 2025.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste adressering en termijnoverschrijding.