De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van een Samsung S20 telefoon van de politie te Rotterdam op 25 april 2024. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte de telefoon heeft beschadigd, maar sprak hem vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
De verdediging voerde aan dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was, maar het hof verwierp dit verweer wegens onvoldoende bewijs. Wel nam het hof de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee, waaronder een zorgmachtiging en het feit dat hij ambulante zorg ontvangt en meewerkt.
Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte, besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen conform artikel 9a Wetboek van Strafrecht. De vordering van de politie tot schadevergoeding van €712,77 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren; de politie kan deze vordering bij de burgerlijke rechter indienen.