Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte]
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 mei 2011 tot en met 1 juni 2011 te Amsterdam en/of te Rotterdam, althans in Nederland en/of in Spanje en/of in Colombia, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, ongeveer 40 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededaders onder meer opzettelijk
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2011 tot en met 4 oktober 2011 te Amsterdam en/of te Rotterdam, althans in Nederland en/of in Spanje en/of in Colombia en/of in Peru, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, ongeveer 55 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededaders onder meer opzettelijk
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2011 tot en met 10 oktober 2011 te Amsterdam, althans in Nederland en/of in Spanje en/of in Colombia, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit (onder meer) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven, als bedoeld in artikel 10, derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet.
In deze zaak kan een bewezenverklaring volgen conform het vonnis van de Rechtbank, inhoudende (kortgezegd) het medeplegen van voorbereidingshandelingen tot de invoer van ongeveer 40 kilogram cocaïne in de periode van 25 mei 2011 tot en met 1 juni 2011 (feit 1), het medeplegen van de invoer van ongeveer 55 kilogram cocaïne in de periode van 15 september 2011 tot en met 4 oktober 2011 (feit 2) en deelname aan een criminele organisatie (feit 3).
De verdediging ziet af van reeds ingediende, dan wel toegewezen onderzoekswensen en ziet af van het indienen van nieuwe onderzoekswensen.
Het Openbaar Ministerie eist voor de tenlastegelegde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest (534 dagen), een voorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden met een proeftijd van 2 jaar, alsmede een geldboete van € 25.000,-.
Het Openbaar Ministerie verzet zich niet tegen betaling van de geldboete middels een betalingsregeling.
Ten aanzien van het beslag wordt geoordeeld conform het vonnis van de Rechtbank.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
464 (vierhonderdvierenzestig) dagen.
450 (vierhonderdvijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
geldboetevan
€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
160 (honderdzestig) dagen hechtenis.
geldboetesmag worden voldaan in
1 (één) termijn(en)van
1 maand, groot
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) en 23 (drieëntwintig) termijn(en)van
1 maand, groot
€ 1.000,00 (duizend euro).