Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling van het hoger beroep
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de belangen van [geïntimeerde] bij een schuldenvrije toekomst zwaarder moeten wegen dan het belang van [appellant] bij betaling van zijn vordering. Daartoe heeft [appellant] – samengevat – het volgende aangevoerd.