ECLI:NL:GHDHA:2025:1419
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring OM bij ernstige mensenrechtenschendingen in Syrië
In deze strafzaak staat de vervolging van verdachte centraal wegens ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder foltering, marteling en seksueel geweld gepleegd in Syrië tussen 2013 en 2014. De rechtbank had het OM niet-ontvankelijk verklaard voor de feiten betreffende slachtoffer GT296993, omdat verdachte op grond van een mededeling van het OM gerechtvaardigd vertrouwen zou hebben dat hij niet vervolgd zou worden voor deze feiten.
Het hof oordeelt dat deze niet-ontvankelijkverklaring onterecht is. Hoewel het OM aanvankelijk had aangegeven de feiten te willen laten vallen vanwege veiligheidsredenen voor de getuige, zijn er nieuwe omstandigheden ontstaan na de val van het Syrische regime in december 2024. De getuige wil nu openlijk verklaren en er is aanvullend bewijs beschikbaar gekomen. Hierdoor is het gerechtvaardigd vertrouwen van verdachte niet langer houdbaar.
Het hof benadrukt de bijzondere ernst van de tenlastegelegde feiten, die misdaden tegen de menselijkheid betreffen, en het algemeen belang bij vervolging. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag voor een volledige inhoudelijke behandeling en beoordeling van de feiten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het OM en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.