De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens witwassen van een geldbedrag van €147.550,-. In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gesproken. Het hof acht bewezen dat de verdachte het geldbedrag in een verborgen ruimte in zijn auto had, waarvan hij wetenschap had. De auto werd doorzocht na een observatie en TCI-informatie die een redelijk vermoeden van schuld rechtvaardigden.
De verdediging voerde aan dat de aanhouding en doorzoeking onrechtmatig waren en dat niet bewezen kon worden dat de verdachte het geld daadwerkelijk voorhanden had of dat het uit een misdrijf afkomstig was. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat het vermoeden van criminele herkomst gerechtvaardigd was gezien de omvang en de verborgen bewaarplaats van het geld. De verdachte gaf geen verifieerbare verklaring voor een legale herkomst.
Het hof hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, maar vond een gevangenisstraf van 20 weken passend. Daarnaast verklaarde het hof het geldbedrag verbeurd en de auto onttrokken aan het verkeer vanwege de verborgen ruimte die het gebruik voor strafbare feiten mogelijk maakt.