De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens openlijke geweldpleging tijdens ongeregeldheden in Den Haag op 17 februari 2024. De tenlastelegging betrof het in vereniging plegen van geweld tegen personen en goederen nabij een locatie in Den Haag.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd omdat de verdachte ten onrechte was geïdentificeerd als de persoon die stenen en andere voorwerpen naar de Mobiele Eenheid gooide. Nadere politieonderzoeken toonden aan dat de verdachte niet de aangeduide persoon was. Er was onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de tenlastelegging te bewijzen.
De benadeelde partijen die schadevergoeding vorderden, werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. Het hof veroordeelde hen tevens in de kosten die de verdachte heeft moeten maken voor de verdediging, welke voorlopig op nihil werden begroot.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 18 augustus 2025.