ECLI:NL:GHDHA:2025:1849
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs vernieling woning en interieur
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor vernieling van een slot en interieur van een pand te Gouda op 21 oktober 2021. De politierechter had verdachte veroordeeld tot een taakstraf van twintig uur, subsidiair tien dagen hechtenis. Tegen dit vonnis was hoger beroep ingesteld.
De tenlastelegging berustte voornamelijk op verklaringen van twee getuigen die de verdachte bij het pand hadden gezien. Echter, een van deze getuigen verklaarde later onder ede bij de raadsheer-commissaris dat zij het gezicht van de persoon bij de voordeur niet had gezien en de verdachte niet herkende. Hierdoor achtte het hof deze verklaring onvoldoende betrouwbaar.
Omdat het bewijs slechts steunde op één enkele getuigenverklaring en de verdachte ontkende betrokken te zijn, kon het hof op grond van artikel 342, tweede lid, Sv, het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen achten. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van vernieling.