Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 28 augustus 2023, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 7 juni 2023;
- het arrest van dit hof van 24 oktober 2023, waarin een mondelinge behandeling is gelast (deze is niet gehouden);
- de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van de RDW.
3.Feitelijke en juridische achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
7.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 7 juni 2023, voor zover daarbij de vordering van [appellant] is toegewezen tot een bedrag van € 8.639,99, te vermeerderen met wettelijke rente, en het meer of anders gevorderde is afgewezen, bekrachtigt het vonnis voor het overige, en in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt de RWD tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 12.959,99, verminderd met het door de rechtbank toegewezen bedrag aan schadevergoeding en wettelijke rente daarover dat de RDW reeds heeft voldaan, en te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 1 augustus 2019 tot de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt van het hoger beroep;
- verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.