In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag verzochten de vader en grootmoeder om een contactregeling met de minderjarige kinderen vast te stellen. De rechtbank had dit verzoek eerder afgewezen. De minderjarigen wonen bij de moeder en hebben geen behoefte aan contact met de vader en grootmoeder.
De vader en grootmoeder stelden dat de moeder het contact onterecht blokkeert en dat het in het belang van de kinderen is om contact te hebben. De moeder stelde dat zij de kinderen vrij laat in hun keuze en dat zij geen contact willen. De kinderen zelf hebben herhaaldelijk en gemotiveerd verklaard geen contact te willen.
Het hof overwoog dat het verleden in Oekraïne nog steeds een rol speelt in de dynamiek, maar dat het niet aan het hof is om dat verleden nader te onderzoeken. Gezien de duidelijke afwijzing door de minderjarigen en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om geen nader onderzoek te doen, acht het hof het niet in het belang van de kinderen om een contactregeling op te leggen.
Het hof bekrachtigde daarom de eerdere beschikking en wees het verzoek af. Het hof adviseerde de vader en grootmoeder om op andere manieren hun vaderschap en betrokkenheid vorm te geven zonder de kinderen te belasten.