Deze civiele zaak betreft een burenconflict over een noodweg, rechten op een schuur over de erfgrens, het gedogen van een gasleiding en glasvezelkabel, en de omvang van een erfdienstbaarheid. Het hof bevestigt eerdere oordelen uit een tussenarrest en wijst de meeste vorderingen van appellant toe, behalve die over de noodweg, schuur en glasvezelkabel.
De verweerder vordert een schadevergoeding van €2.500 voor waardevermindering door de gasleiding, maar het hof acht dit onvoldoende onderbouwd en stelt de schade vast op €500, mede vanwege de reeds aanwezige tijdelijke gasleiding en het karakter van het perceel als groenstrook. Het hof wijst het verzoek tot benoeming van een deskundige af.
Het hof komt niet terug op de gedeeltelijke opheffing van de erfdienstbaarheid zoals vastgesteld in het tussenarrest. De verweerder mocht niet terugkomen op het oordeel dat de loopbrug toegang geeft tot het perceel zonder gebruik van het dienende erf. Nieuwe argumenten over toekomstige verkoopscenario's leiden niet tot heroverweging.
Proceskosten in eerste aanleg in conventie worden gecompenseerd, terwijl de proceskosten in reconventie worden vernietigd. De verweerder wordt veroordeeld tot het gedogen van de gasleiding tegen betaling van €500 en een dwangsom van €100 per dag bij niet-naleving. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.