ECLI:NL:GHDHA:2025:2047
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen ontslag mentor ondanks verstoorde verhouding met ouders betrokkene
De betrokkene, onder bewind en mentorschap geplaatst wegens zijn lichamelijke en geestelijke toestand, verzocht om ontslag van zijn huidige mentor vanwege onvoldoende persoonlijk contact en onvoldoende inspanningen voor een betere woonplek en verlof. De ouders steunden dit verzoek en wilden zelf als mentor optreden.
De mentor stelde dat professionele en onafhankelijke begeleiding noodzakelijk is en dat hij ondanks moeizame communicatie met de vader, de belangen van de betrokkene adequaat behartigt. De ouders klaagden over een vertrouwensbreuk en onvoldoende zorg, terwijl begeleiders van de instelling positieve ontwikkelingen van de betrokkene bevestigden.
Het hof oordeelde dat de mentor zijn taken naar behoren vervult en dat de verstoorde verhouding met de ouders onvoldoende zwaarwegend is om ontslag te rechtvaardigen. Het verschil van inzicht over de woonplek leidt niet tot ongeschiktheid van de mentor. Het verzoek tot ontslag werd daarom afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het besluit om de mentor niet te ontslaan ondanks de verstoorde verhouding met de ouders.