ECLI:NL:GHDHA:2025:2059
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en wijziging van omstandigheden bij co-ouderschap
Het geschil betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de kinderalimentatie werd vastgesteld op €139 per maand. Partijen zijn gescheiden en hebben een ouderschapsplan met co-ouderschap en verdeling van kosten. De man betoogde dat er geen relevante wijziging van omstandigheden was en dat zijn draagkracht nihil of zeer laag was.
Het hof overweegt dat de niet-werkzaamheid van de overeengekomen regeling geen wijziging van omstandigheden vormt. Het hogere inkomen van de man tot 1 juli 2024 leidt niet tot een wijziging van de draagkracht vanwege hogere schuldenlast. Na 1 juli 2024 is de man gestopt met extra werk en benut hij zijn verdiencapaciteit optimaal. De draagkrachtberekening toont dat de man theoretisch €36 per maand zou kunnen bijdragen, maar dit strookt niet met de afspraken over verdeling van verblijfsoverstijgende kosten.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover het kinderalimentatie betreft en wijst het verzoek van de vrouw tot wijziging af. De vrouw moet het te veel ontvangen bedrag terugbetalen. Het verzoek van de man tot toekenning van de helft van de kinderbijslag en het kindgebonden budget wordt niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van kinderalimentatie af en vernietigt de bestreden beschikking voor zover het kinderalimentatie betreft.