De vader is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van zijn twee minderjarige kinderen, die bij de moeder wonen. De vader weigert medewerking aan hulpverlening en geeft geen openheid over de thuissituatie, terwijl de gecertificeerde instelling en de moeder zorgen uiten over de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen bij de vader.
De rechtbank had de ondertoezichtstelling verlengd tot 13 maart 2026 vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarigen, loyaliteitsconflicten en de verstoorde communicatie tussen ouders. De hulpverlening aan de kinderen heeft enige vooruitgang gebracht, maar de situatie bij de vader blijft zorgelijk.
Het hof overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de ondertoezichtstelling verlengd moet worden. De vader blijft hulpverlening weigeren en openheid geven, waardoor passende hulp niet kan worden ingezet. De ontwikkeling van de kinderen wordt nog steeds ernstig bedreigd.
De proceskostenveroordeling wordt afgewezen vanwege de familierechtelijke aard van de procedure, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.