ECLI:NL:GHDHA:2025:2107
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verkoop en verdeling echtelijke woning na echtscheiding met geschil over uitvoering
Partijen zijn gehuwd sinds 1983 en hebben een minderjarig kind. Na echtscheiding is bepaald dat de echtelijke woning verkocht moet worden en de opbrengst verdeeld volgens de helft-regeling na aflossing van de hypotheek.
De man verzoekt het hof om de vrouw te veroordelen tot medewerking aan de verkoop, inclusief het aanwijzen van een makelaar, het toestaan van bezichtigingen en het opleggen van dwangsommen bij niet-naleving. De vrouw stemt in met verkoop, maar is het oneens over de uitvoering, zoals de noodzaak van verbouwing en het moment van verlaten van de woning.
Het hof oordeelt dat het geschil over de uitvoering van de verdeling geen nevenvoorziening is in de zin van artikel 827 Rv Pro en wijst het verzoek af. Tevens wordt geen gebruiksvergoeding opgelegd omdat de vrouw met het minderjarige kind in de woning verblijft en de man pas vanaf de datum van echtscheidingsinschrijving een vergoeding verschuldigd zou zijn.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking wordt in stand gelaten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verkoop en verdeling van de woning en wijst het verzoek tot nadere uitvoering en gebruiksvergoeding af.