Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 28 oktober 2025
[appellant] ,
[erflater]en ten behoeve van de erfgenamen van de nalatenschap,
Het geding in hoger beroep
Feiten
Procedure in eerste aanleg
Vorderingen in het hoger beroep
De beoordeling van het hoger beroep
€ 45.000,-- aan [geïntimeerde] terugbetalen.
grieven I en IIbetoogt [appellant] dat de overeenkomst een particuliere borgstellingsovereenkomst is en dat deze teniet is gegaan, omdat de echtgenote van [appellant] op grond van art. 1:88 BW Pro de nietigheid dan wel vernietigbaarheid daarvan heeft ingeroepen.
[erflater] heeft aan [appellant] € 45.000,-- (hierna: de vergoeding) betaald voor het beheren van zijn OneCoin- account. Doel van dit beheer was het behalen van een rendement van € 5 miljoen op de inleg van [erflater] op dit account, wat ook een bedrag van € 45.000,-- betreft (hierna: de inleg). Dit rendement moest op 1 mei 2021 (hierna: de peildatum) zijn behaald. [appellant] moest de vergoeding aan [erflater] terugbetalen als het rendement op de inleg niet op de peildatum zou zijn behaald. Dit is een schuld van [appellant] , niet van OneCoin.
Grief Ikeert zich tegen r.o. 4.6 waarin dit uitganspunt zou staan. Maar dat staat er niet. In die rechtsoverweging staat dat
[appellant]genoemd uitgangspunt inneemt. Het is geen oordeel of uitgangspunt van de rechtbank.
grieven III en Vbetoogt [appellant] dat het bij het behalen van rendement gaat om 5 miljoen
tokensen niet om 5 miljoen
euro.
grieven IV en Vbetoogt [appellant] dat het afgesproken rendement is behaald. Het rendement was vanwege de waarde van de vergaarde tokens in ieder geval