Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2025:2268

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
22-001101-25 rk
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Regeling tijdelijk verlaten van de inrichtingArt. 80 lid 7 Wetboek van StrafvorderingPenitentiaire beginselenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring verzoek schorsing voorlopige hechtenis wegens bevoegdheidsgebrek

Op 15 oktober 2025 diende de verdachte een verzoek in tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis voor twee weken, met het oog op het bezoeken van zijn zieke schoonvader en het ondersteunen van zijn vrouw. Dit verzoek werd op 23 oktober 2025 behandeld door de raadkamer van het gerechtshof Den Haag, waarbij de verdachte, zijn advocaat en de advocaat-generaal werden gehoord.

Het hof beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 21 van Pro de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, die incidenteel verlof mogelijk maakt voor persoonlijke gebeurtenissen waarbij de aanwezigheid van de gedetineerde noodzakelijk is. Echter, op grond van artikel 80, lid 7, van het Wetboek van Strafvordering, is de rechter niet bevoegd om over dergelijke verzoeken te beslissen wanneer verlof kan worden verleend op grond van de Penitentiaire beginselenwet.

Daarom oordeelde het hof dat het niet bevoegd is om het verzoek te behandelen en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk. De beschikking werd gegeven door de voorzitter en twee leden van de raadkamer, en de advocaat-generaal bracht de beschikking ter kennis van de verdachte.

Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wegens gebrek aan bevoegdheid van het hof.

Uitspraak

datum beschikking: 23 oktober 2025

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

gegeven naar aanleiding van het verzoek tot schorsing in de zaak van de verdachte, genaamd:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ( [land] ),
thans gedetineerd in [verblijfplaats] .
Procesgang
Op 15 oktober 2025 is een verzoekschrift strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis binnengekomen bij de raadkamer van het gerechtshof Den Haag.
Het hof heeft dit verzoek op 23 oktober 2025 in raadkamer behandeld.
In raadkamer zijn gehoord de verdachte, advocaat mr. M. van Stratum en de advocaat-generaal mr. H.H.J. Knol.
Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte.
De ontvankelijkheid van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis
Namens de verdachte is verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis voor een periode van twee weken, gelet op de persoonlijke belangen van de verdachte. Als belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis is aangevoerd dat de verdachte zijn zieke schoonvader wil bezoeken en zijn vrouw wil ondersteunen.
Ingevolge artikel 80, lid 7, van het Wetboek van Strafvordering blijft in de gevallen waarin verlof kan worden verleend op grond van het bepaalde bij of krachtens de Penitentiaire beginselenwet, de paragraaf betreffende de bevoegdheid van de rechter om te beslissen op een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis buiten toepassing.
Het hof beoordeelt het namens de verdachte gedane verzoek als een verzoek dat is gestoeld op artikel 21 van Pro de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, dat de mogelijkheid geeft voor incidenteel verlof voor het bijwonen van gebeurtenissen in de persoonlijke sfeer van de gedetineerde waarbij zijn aanwezigheid noodzakelijk is. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat het niet bevoegd is om een beslissing op het onderhavige verzoek te nemen.
Gelet daarop zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven op 23 oktober 2025 door
mr. F. Rutten, voorzitter, mr. J.M. Reinking en
mr. E.J. van As, leden, in tegenwoordigheid van
B. Budak, griffier.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Den Haag, 23 oktober 2025
de advocaat-generaal