Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[verzoekster in het incident] ,
1.[verweerster in het incident] ,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 4 maart 2025, waarmee [verzoekers in het incident] in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 4 december 2024 (hierna: het bestreden vonnis);
- de memorie van grieven, tevens houdende incident tot het treffen van een provisionele voorziening ex artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), althans bevel op grond van artikel 195 Rv Pro van [verzoekers in het incident] met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in het incident die [verweersters in het incident] na zuivering van het verstek hebben ingediend op 2 september 2025.
3.Aanleiding voor dit incident
4.Het verzoek in het incident
5.Beoordeling van het verzoek in het incident
6.Beslissing
- wijst het verzoek van [verzoekers in het incident] af;
- houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot de einduitspraak;
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van 6 januari 2026 voor het nemen van de memorie van antwoord (in de hoofdzaak) aan de zijde van [verweersters in het incident] ;
- houdt iedere verdere beslissing aan.