Partijen zijn gescheiden en de voormalige echtelijke woning moet worden verkocht aan een derde indien de man niet binnen drie maanden na de echtscheidingsbeschikking de overname met hypotheek kan realiseren. De vrouw vorderde in kort geding dat de man medewerking verleent aan de verkoop aan een derde, terwijl de man vorderde dat de vrouw medewerking verleent aan overdracht aan hem.
De voorzieningenrechter veroordeelde de man tot medewerking aan verkoop aan een derde met dwangsom en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De man vordert nu in hoger beroep schorsing van de executie van dit vonnis tot de hoofdzaak is beslist.
Het hof overweegt dat de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad niet gemotiveerd is en daarom een belangenafweging vereist. De belangen van de vrouw bij spoedige verkoop en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid wegen zwaarder dan het belang van de man bij behoud van de situatie, mede omdat de man ruim 15 maanden heeft gehad om de financiering rond te krijgen zonder succes. Het verkoopproces is inmiddels gestart en het stopzetten daarvan kan schade veroorzaken.
Het hof wijst de vordering tot schorsing af en veroordeelt de man in de kosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling in incidenteel appel.