Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
of omstreeksde periode van 28 december 2019 tot en met 29 december 2019 te Rotterdam
en/of elders in Nederlandtezamen en in vereniging,
althans alleen,opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland
heeft/hebben gebracht,
al dan nietals bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet,
althans opzettelijk heeft/hebben vervoerd, althans opzettelijk voorhanden heeft/hebben gehad, ongeveer 119,7 kilo en/of 44,05 kilogram en/ofeen grote hoeveelheid coca
ïne,
in ieder geval een of meer grote hoeveelhe(i)d(en) cocaine, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne,zijnde coca
ïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; tot en/of
en/of zijn mededaders, in
of omstreeksde periode van 28 december 2019 tot en met 29 december 2019 te Rotterdam
en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid
enmiddelen of inlichtingenheeft verschaft en
/ofopzettelijk behulpzaam is geweest door
voornoemdeeen tas/pakketmet coca
ïne vanaf het dek naar de stuurhut van het bunkerschip genaamd [bunkerschip] te verplaatsen en
/of
een of meeranderen in staat te stellen het bunkerschip genaamd [bunkerschip] te verlaten met
voornoemdepakketten/tassen met daarin coca
ïne.
De verdachte heeft de twee onbekende mannen aldus ook mede in staat gesteld het schip te verlaten en aan land te gaan met de twee pakketten met daarin cocaïne.
Nu de feiten die de verdediging ten grondslag heeft gelegd aan het beroep op psychische overmacht niet aannemelijk zijn geworden, verwerpt het hof het verweer reeds bij gebrek aan feitelijke grondslag. Er is verder geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.