De verdachte, een 21-jarige man, werd in eerste aanleg veroordeeld voor ontuchtige handelingen bestaande uit seksueel binnendringen bij een 14-jarig meisje dat samen met een ander meisje was weggelopen uit een jeugdzorginstelling. De feiten speelden zich af in een woning in Schiedam waar de verdachte seks had met het meisje, dat destijds nog niet de leeftijd van 16 jaar had bereikt.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank Rotterdam grotendeels bevestigd, maar de straf en de schadevergoedingsbeslissing vernietigd en opnieuw vastgesteld. Het hof legde een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder reclasseringstoezicht.
De verdachte heeft het slachtoffer kort daarvoor leren kennen via een medeverdachte en maakte gebruik van lachgas en wiet tijdens de gebeurtenis. Er waren meerdere mannen aanwezig, wat een machtsdynamiek creëerde. Het slachtoffer ondervindt nog steeds psychische klachten zoals flashbacks en paniekaanvallen. Het hof kende een immateriële schadevergoeding van €7.500 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 maart 2022.
De verdachte is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer. Het hof benadrukte de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn instabiele leefsituatie en zorgmijdend gedrag. Het vonnis is uitgesproken op 28 februari 2025 door het Gerechtshof Den Haag.