ECLI:NL:GHDHA:2025:2760

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
22-003283-23
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van medeplegen/medeplichtigheid moord en medeplegen wegmaken van een lijk met bevestiging van het vonnis waarvan beroep

Op 23 december 2025 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1995, die in eerste aanleg integraal was vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. De zaak betreft een hoger beroep ingesteld door de officier van justitie tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 oktober 2023. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van moord en het wegmaken van een lijk. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van 20 jaar, maar het hof oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat de verdachte opzet had op de dood van het slachtoffer. Het hof bevestigde het vonnis waarvan beroep, met aanvulling van gronden, en wees de vordering tot gevangenneming van de verdachte af. De beslissing van het hof is genomen na onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, waarbij het hof kennisnam van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging van de verdachte. Het hof concludeerde dat de feiten en omstandigheden niet voldoende bewijs boden voor de betrokkenheid van de verdachte bij de dood van het slachtoffer, ondanks de argumenten van de advocaat-generaal.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003283-23
Parketnummer: 10-204867-21
Datum uitspraak: 23 december 2025
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 oktober 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte integraal vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. De benadeelde partijen zijn in hun vorderingen tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 28 juli 2021 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] meermalen met een of meer messen, althans een of meer scherpe en puntige voorwerpen in het lichaam te steken en/of te prikken en/of te snijden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[hoofdverdachte] op of omstreeks 28 juli 2021 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] meermalen met een of meer messen, althans een of meer scherpe en puntige voorwerpen in het lichaam te steken en/of te prikken en/of te snijden,
tot en/of bij het plegen van voornoemd misdrijf verdachte in de periode van 27 tot en met 28 juli 2021 te Rotterdam, althans in Nederland, al dan niet tezamen en in vereniging opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft door de woning aan de [adres] te huren waar genoemde [slachtoffer] naar toe zou worden gelokt en koffers (een rode en een blauwe) naar de woning aan de [adres] te brengen en verschillende malen als chauffeur op te treden om de dader of daders van de moord op te halen en weg te brengen (o.a. naar de woning aan de [adres]);
2.
hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2021 tot en met 3 augustus 2021 te Rotterdam en/of Zwijndrecht en/of Dordrecht, althans in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, opzettelijk het lijk van [slachtoffer] heeft verborgen en/of weggevoerd en/of weggemaakt, zulks met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden van die [slachtoffer] te verhelen.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, impliciet primair, en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal de gevangenneming van de verdachte bij de einduitspraak gevorderd. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen en zij heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvulling aanbrengt.
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep kan naar het oordeel van het hof niet worden vastgesteld dat de verdachte het opzet heeft gehad op en een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de dood van het slachtoffer. De feiten en omstandigheden die de advocaat-generaal naar voren heeft gebracht dwingen, ook wanneer deze in onderlinge samenhang worden beschouwd, niet tot die conclusie. Dat de verdachte “op belangrijke momenten” zijn telefoon in de vliegtuigstand heeft gezet, zoals de advocaat-generaal heeft gesteld, wijst er naar ’s hofs oordeel weliswaar op dat de verdachte zijn locatie wilde verhullen en dat hij dus mogelijk wel weet had van enig strafbaar feit, maar over de aard van dat feit valt niets vast te stellen. Het op vliegtuigstand zetten kan dan ook niet aan bijdragen aan wetenschap van de verdachte omtrent het om het leven brengen van het slachtoffer.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling van gronden te worden bevestigd.
Dat betekent dat het hof de vordering van de advocaat-generaal tot gevangenneming van de verdachte zal afwijzen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Wijst af de vordering tot gevangenneming van de verdachte.
Dit arrest is gewezen door mr. L.C. van Walree, voorzitter, mr. W.J. van Boven en mr. B.W. Mulder, leden, in bijzijn van de griffier mr. M.J.J. van den Broek.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 december 2025.