Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Verzoek in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
- [verzoekster] heeft op zichzelf terecht aangevoerd dat de woning is gesplitst in 1968, en dat de hiervoor in 6.3 genoemde wettelijke verplichtingen toen nog niet van kracht waren en ook geen terugwerkende kracht hebben. Dat neemt echter niet weg dat is voldaan aan het vereiste van artikel 5:144 BW dat de splitsingsakte niet voldoet aan de thans geldende bepalingen van artikel 5:111 sub d jo artikel 5:112 lid 1 sub e en lid 2 BW);
- [verzoekster] heeft ook aangevoerd dat er tot de komst van [verweerster] in de woning nooit problemen tussen de appartementseigenaren zijn geweest. Dit verweer doet echter niet af aan het hiervoor genoemde belang van [verweerster] . Verder staat vast dat de samenwerking tussen de huidige appartementseigenaren nu niet goed verloopt; er is veel discussie over het onderhoud dat moet plaatsvinden en partijen reserveren geen gezamenlijke middelen voor dat onderhoud. De formele oprichting van een VVE met statuten kan ertoe bijdragen dat de samenwerking verbetert, onder meer omdat de statuten voorzien in het vormen van een reservefonds;
- [verzoekster] heeft verder naar voren gebracht dat [verweerster] weliswaar verzoekt om wijziging van de splitsingsakte, maar daartoe geen concreet voorstel heeft gedaan, waardoor onduidelijk is met welk reglement de VVE moet worden opgericht. [verweerster] heeft vervolgens echter een concept akte van wijziging splitsing overgelegd waarin het modelreglement bij splitsing in appartementsrechten kleine vereniging van eigenaars 2021 van 16 augustus 2021 van toepassing is verklaard, met wijzigingen en aanvullingen (verweerschrift in hoger beroep, productie 8). Het standpunt van [verzoekster] dat geen concreet voorstel is gedaan, moet daarom worden verworpen. [verzoekster] heeft tijdens de mondelinge behandeling ook geen bezwaren ten aanzien van dat reglement naar voren gebracht, behalve het hierna nog te bespreken bezwaar ten aanzien van de bijdrageverplichting.
de in de artikelen 5:111 en 112 BW gestelde vereisten, wat onder meer betekent dat een vereniging van eigenaren moet worden opgericht”. [verweerster] heeft verzoek 1 echter geheel toegespitst op de oprichting van een VVE, en niet op andere vereisten van artikelen 5:111 en 5:112 BW.
7.Beslissing
- vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 16 augustus 2024, en opnieuw rechtdoende:
- beveelt dat de akte van splitsing wordt gewijzigd, zodat deze komt te voldoen aan het bepaalde in artikelen 5:111 sub d en 5:112 lid 1 sub e en lid 2 BW;
- compenseert de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, in die zin dat partijen ieder hun eigen kosten dragen;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevraagd.