De verdachte werd op 14 oktober 2023 te Delft aangehouden op verdenking van mishandeling en vertoonde tekenen van alcoholgebruik. Verschillende opsporingsambtenaren constateerden een sterke alcoholgeur en bloeddoorlopen ogen. Op grond van deze feiten en het vermoeden dat de verdachte alcohol had gebruikt boven de wettelijke grenswaarde, werd hem een bevel gegeven mee te werken aan een nader onderzoek van uitgeademde lucht, dat hij weigerde.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot een geldboete van €350,-, te vervangen door 7 dagen hechtenis. Het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde het bewezen dat de verdachte opzettelijk niet voldeed aan het bevel, waarbij het hof oordeelde dat het bevel rechtmatig was gegeven conform de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers en het Wetboek van Strafvordering.
De verdediging voerde aan dat het vermoeden van alcoholgebruik niet op voldoende feiten was gebaseerd, maar het hof stelde dat het vermoeden gerechtvaardigd was door de samenhang van meerdere waarnemingen binnen een korte tijdsperiode. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen en adviezen die wijzen op problematisch alcoholgebruik van de verdachte.
De opgelegde straf is een onvoorwaardelijke geldboete van €350,-, passend geacht gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke taakstraf werd afgewezen omdat deze reeds ten uitvoer wordt gelegd. Het arrest werd uitgesproken op 21 februari 2025 door het gerechtshof Den Haag.