Klaagsters dienden een beklag in tegen de beslissing van het openbaar ministerie om vervolging te staken in het strafrechtelijk onderzoek Etosha, dat betrekking heeft op vermeende corruptie en andere strafbare feiten rondom de verkrijging van het Nigeriaanse olieblok OPL245.
Het hof stelde vast dat het beklag uitsluitend betrekking heeft op het feitencomplex rond OPL245, aangezien klaagsters geen aangifte hadden gedaan over andere olievergunningen (OML’s). Het hof oordeelde dat klaagsters ontvankelijk zijn in hun beklag als rechtstreeks belanghebbenden.
De kern van de zaak betrof de vraag of het ne bis in idem-beginsel en beginselen van behoorlijke strafrechtspleging vervolging in Nederland in de weg staan, nu in Italië een onherroepelijke vrijspraak is uitgesproken voor hetzelfde feitencomplex. Het hof concludeerde dat het feitencomplex in Italië uitvoerig is onderzocht en beoordeeld, en dat het ne bis in idem-beginsel zich verzet tegen vervolging van de beklaagden, zowel rechtspersonen als natuurlijke personen.
Daarmee was het hof van oordeel dat het openbaar ministerie terecht tot sepot heeft besloten en wees het beklag af. De beschikking is gegeven door het hof Den Haag op 20 maart 2025.