Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Procesgang
3.Tenlastelegging
4.Vordering van de advocaat-generaal
5.Het vonnis waarvan beroep
6.Bewezenverklaring
of omstreeks10 augustus 2020 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,[slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met
een of meermes
(sen
)die [slachtoffer] te steken in de borst en
/ofbuik.
7.Bewijsvoering
8.De bewijsbeslissing
social mediazwart maken of afkraken (‘dissen’ of ‘bashen’). In deze scene bestaat een puntensysteem waarbij je punten kunt verdienen als je bijvoorbeeld iemand neersteekt of een rivaliserende groep laat wegrennen.
het hof begrijpt: mes) veel prikt. [verdachte] behoorde naar eigen zeggen niet tot een drillrapgroep, maar ‘[drillrapgroep 2]’ was wel een vriendengroep van hem en [persoon 3] was zijn beste vriend. [verdachte] droeg weleens kleding van ‘[drillrapgroep 2]’ en hij heeft met [persoon 3] gerapt. [verdachte] had op zijn telefoon meerdere foto’s en video’s staan waarop hij – onder meer samen met [persoon 3] – is te zien met messen en vuurwapens.
het hof begrijpt: Rotterdam) wilde doodmaken”.
social mediagedeeld, met titels als “[bijnaam persoon 1] ([drillrapgroep 1]) klapt [rapper 3] met z’n goons omdat [rapper 2] wou linken met [drillrapgroep 2].” In de filmpjes is te horen dat [persoon 1] zegt: “Wij zijn [drillrapgroep 1] man, ga naar de Damska (
het hof begrijpt: Amsterdam), we snijden hem kapot man.”
social mediaeen bericht geplaatst waarin hij ook de bedreigingen aan zijn vriendin en familie heeft genoemd:
social mediaeen bericht gedeeld met de tekst “[drillrapgroep 2] dit [drillrapgroep 2] dat maar wanneer we zeggen kom. Ben je ineens artiest en wil je geen beefjongen… ga je snitch moeder vingeren ofzo. Val me niet lastig joh. Boos boos.”
het hof begrijpt: [verdachte] en [medeverdachte]) hadden geen zin om weg te gaan.
social mediaen reageerde daarop en ook [medeverdachte] reageerde met een rap op de beef. Bovendien stonden video’s van de gebeurtenissen met [rapper 3] op hun telefoon. [persoon 3] heeft verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte] hetzelfde in de ruzie zaten als hij.
het hof begrijpt: de anderen, te weten [verdachte], [medeverdachte] en [persoon 3]) daar nog mee bezig waren. Ook heeft hij in de tram Snapchatberichten van [bijnaam persoon 1] gezien. In de telefoon van [medeverdachte] zijn twee foto’s aangetroffen van [persoon 1] in dezelfde kleding die hij later in Scheveningen droeg. Deze foto’s zijn genomen in de auto waarmee [persoon 1] die dag naar Scheveningen is gereden.
het hof begrijpt ‘de Rotterdammers’) niet meer zouden komen en dat [persoon 3] op Snapchat zat te kijken en zag dat [bijnaam persoon 1] ergens op Scheveningen was en zei “dat die flikker hier ergens in de buurt was”. Op dat moment zei getuige [persoon 4] tegen [persoon 3] ”al zijn ze hier in de buurt, je zit niet eens op een goede plek om je te kunnen verdedigen”, zo blijkt uit zijn verhoor bij de politie van 31 augustus 2020. [persoon 3] was het daarmee eens, maar ‘die andere twee’ (
het hof begrijpt: [verdachte] en [medeverdachte]) hadden geen zin om weg te gaan.
social mediaen de hiervoor genoemde verklaring van [persoon 4], kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat toen [verdachte] en [medeverdachte] naar De Pier in Scheveningen zijn gegaan, zij er minst genomen rekening mee hielden dat er daadwerkelijk een confrontatie met de Rotterdammers zou (kunnen) zijn waarbij geweld zou worden gebruikt.
het hof begrijpt: de verdachten) zag bij de roltrappen, die riepen: “Fack fack, wat hebben
we [4] gedaan.”
9.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
10.Strafbaarheid van feit (noodweer) en de verdachte (noodweerexces)
het hof begrijpt: [persoon 3]) zag trappen en toen op hém af kwamen stormen, ongecontroleerd en zonder zich er op te hebben kunnen voorbereiden, één stekende beweging heeft gemaakt in de richting van de hem op forse snelheid naderende [slachtoffer]. Een zeer dynamische situatie, waarin de verdachte in een split second beslist heeft om zijn mes in de richting van [slachtoffer] te bewegen.
als gevolg vande gedragingen van [persoon 2] en/of [slachtoffer] (jegens [persoon 3]),op geen enkele wijze onderbouwd of anderszins gebleken. Vanwege deze ‘beef’ waren alle betrokkenen waarschijnlijk wel opgefokt, maar meer dan dat valt daar niet over vast te stellen.
11.Strafmotivering
12.De benadeelde partijen
13.Toepasselijke wettelijke voorschriften
14.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren.