ECLI:NL:GHDHA:2025:653
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanmaningskosten parkeerbelasting na betwisting ontvangst naheffingsaanslagen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten van €16 wegens niet tijdig betalen van twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting. De Invorderingsambtenaar stelde dat de naheffingsaanslagen op 22 en 23 januari 2023 waren opgelegd en op 18 en 20 januari 2023 aan PostNL ter verzending waren aangeboden.
De Rechtbank oordeelde dat de verzendadministratie voldoende aannemelijk maakte dat de stukken aan PostNL waren aangeboden en dat het vermoeden van ontvangst op het adres van belanghebbende niet was ontzenuwd door slechts een ontkenning. De aanmaningskosten werden daarom terecht in rekening gebracht.
In hoger beroep voerde belanghebbende aan dat de verzendadministratie niet deugde en dat niet duidelijk was aan welk postvervoerbedrijf de stukken waren aangeboden. Het Hof nam de overwegingen van de Rechtbank over en voegde toe dat de bewijslast inhoudt dat aannemelijk moet worden gemaakt aan welk postvervoerbedrijf het stuk is aangeboden, wat hier met een geloofwaardige verklaring over PostNL was voldaan.
De blote ontkenning van ontvangst door belanghebbende volstaat niet om het ontvangstvermoeden te ontzenuwen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd en verklaart het hoger beroep ongegrond.