ECLI:NL:GHDHA:2025:655
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en draagkracht na wijziging hoofdverblijfplaats
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarige is geboren met hoofdverblijfplaats bij de man. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie aan de vrouw. De man kwam in hoger beroep en verzocht onder meer om nihilstelling van de alimentatie, terwijl de vrouw incidenteel appel instelde voor een hogere bijdrage.
Het hof stelde vast dat de man niet-ontvankelijk is in zijn verzoek om voor het eerst in hoger beroep alimentatie van de vrouw te vorderen. Vervolgens beoordeelde het hof de draagkracht en behoefte over verschillende perioden. Van 1 augustus 2023 tot 1 januari 2024 had de vrouw voldoende draagkracht om haar aandeel in de kosten te dragen, zodat haar verzoek werd afgewezen.
Voor de periode van 1 januari 2024 tot 1 mei 2025 werd vastgesteld dat de man maandelijks €249 aan de vrouw verschuldigd was als bijdrage in zorgkosten. Vanaf 1 mei 2025 stelde het hof de bijdrage van de man op nihil vanwege de verwachting dat de vrouw weer voldoende inkomen kan genereren om zelf in de kosten te voorzien. De vrouw hoeft geen te veel betaalde alimentatie terug te betalen vanwege de verblijfsoverstijgende kosten die zij heeft gedragen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast met een bijdrage van de man van €249 per maand tot 1 mei 2025 en nihil vanaf die datum, en wijst het verzoek van de vrouw voor eerdere perioden af.