De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 60 dagen, subsidiair 30 dagen hechtenis, wegens bedreiging van zijn ex-partner en hun kind met woorden die een misdrijf tegen het leven gericht impliceren. In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd omdat het zich niet met de opgelegde straf kon verenigen.
Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte in de periode van 24 tot en met 25 december 2023 meerdere bedreigende telefoongesprekken voerde met de aangeefster, waarin hij onder meer zei: 'Ik ga je helemaal kanker kapot maken', 'Je gaat eraan' en 'Anders maak ik haar af'. Deze uitingen zijn volgens het hof zodanig dat bij de aangeefster en haar kind redelijke vrees kon ontstaan voor hun leven of zwaar lichamelijk letsel.
Hoewel de verdachte later uitleg gaf dat hij met 'kapot maken' niet het doden bedoelde maar juridische en emotionele moeilijkheden, doet dit geen afbreuk aan de redelijke vrees die destijds bestond. Het hof acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en verwierp het verweer van de verdachte.
Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het geslaagde mediationtraject en de vrijwillige behandeling die de verdachte heeft ondergaan. Het hof veroordeelt de verdachte tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur met een proeftijd van twee jaar, zonder bijzondere voorwaarden, als passende en geboden reactie.