Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2025:748

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2025
Publicatiedatum
25 april 2025
Zaaknummer
200.349.895/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2 Second Opinion ReglementArt. 3.3 Second Opinion ReglementArt. 3.4 Second Opinion ReglementArt. 3.6 Second Opinion ReglementArt. 3.7 Second Opinion Reglement
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep afgewezen wegens verjaring vordering schadevergoeding dakkapellen

Appellant vorderde schadevergoeding wegens gebrekkige plaatsing van dakkapellen door de vennootschap onder firma All-in Montage. De rechtbank Rotterdam wees de vordering af wegens verjaring. In hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag deze beslissing bekrachtigd.

Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is gebruik gemaakt van de Second Opinion-procedure, waarbij partijen instemden met een versnelde beoordeling op basis van de reeds ingebrachte stukken. Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist op zijn vordering tot hoofdelijke veroordeling tot betaling van schadevergoeding, kosten deskundige en proceskosten.

Het hof stelde vast dat de vordering verjaard was en sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. De vordering wordt daarom afgewezen. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, bestaande uit griffierecht en salaris advocaat. Het arrest is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2025.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schadevordering af wegens verjaring.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.349.895/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/659218 HA ZA 23-509
Arrest van 22 april 2025
in de zaak van
[appellant],
wonend in [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. A.H.M. de Jonge, kantoorhoudend in Leusden,
tegen

1.de vennootschap onder firma All-in Montage […],

gevestigd in Dordrecht,
en haar vennoten
2.
[geïntimeerde 1],
3.
[geïntimeerde 2],
beiden wonend in [woonplaats],
geïntimeerden,
advocaat: mr. J. van Meerkerk, kantoorhoudend in Dordrecht.
Het hof noemt partijen hierna [appellant] en [geïntimeerde 1] c.s.

1.De zaak in het kort

[appellant] is niet tevreden over de dakkapellen die de vennootschap onder firma All-in Montage [geïntimeerde 1] in zijn opdracht heeft geplaatst en vordert schadevergoeding. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vordering is verjaard en deze daarom afgewezen.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het hof heeft kennis genomen van de volgende stukken:
  • de stukken van de procedure bij de rechtbank Rotterdam;
  • het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 januari 2024;
  • de dagvaarding in hoger beroep van [appellant] van 28 maart 2024;
  • het tussenarrest van 28 januari 2025 waarbij een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast;
  • de formulieren waarmee partijen toelating tot de Second Opinion-procedure hebben verzocht.
2.2
Tijdens de mondelinge behandeling na aanbrengen op 25 maart 2025 hebben partijen de mogelijkheid van de Second Opinion-procedure besproken, waarna zij met hun advocaten ieder een SO-verzoek als bedoeld in artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) hebben ingevuld en ondertekend. De raadsheer-commissaris heeft dat verzoek meteen daarna krachtens artikel 3.7 SOR toegestaan. Van deze mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens is arrest bepaald volgens artikel 3.9 SOR.

3.Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

3.1
Partijen hebben de SO-formulieren ingevuld en ondertekend. Daarmee hebben partijen ingestemd met het SOR. Zij worden dus geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat er volgens artikel 3.3 SOR uit dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist wat [appellant] in eerste aanleg heeft gevorderd, namelijk hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 1] c.s. tot betaling van € 29.800,- aan schadevergoeding te vermeerderen met btw, € 8.225,58 inclusief btw voor vergoeding van het voorschot deskundige en € 2.889,60 aan kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder Pro b BW, alle bedragen met wettelijke rente en met veroordeling van [geïntimeerde 1] c.s. in de proceskosten met wettelijke rente.
3.2
De rechtbank heeft de vordering van [appellant] afgewezen, omdat naar het oordeel van de rechtbank de rechtsvordering van [appellant] is verjaard. De rechtbank heeft verder bepaald dat elk van partijen de eigen kosten draagt.
3.3
Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak beoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop het bestreden vonnis werd gevraagd (artikel 3.6 SOR). De zaak in hoger beroep wordt dus beoordeeld aan de hand van de stukken in eerste aanleg met inachtneming van de hiervoor in 3.1 uiteengezette grief.
3.4
Het hof heeft kennis genomen van de stukken van de procedure bij de rechtbank. Het hof verenigt zich met de overwegingen en het oordeel van de rechtbank en maakt die tot de zijne. Daarom zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3.5
[appellant] is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld. Daarom zal [appellant] worden veroordeeld in de proceskosten. In artikel 4.4 SOR staat dat deze kosten zijn beperkt tot het door [geïntimeerde 1] c.s. betaalde griffierecht van € 2.255,- en, nu een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief van € 2.213,-.

4.Beslissing

Het hof:
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 januari 2024;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde 1] c.s. begroot op € 4.468,-, waarvan € 2.255,- voor griffierecht en € 2.213,- voor salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.C. de Heer, J.S. Honée en A.A. Bootsma en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2025 in aanwezigheid van de griffier.