ECLI:NL:GHDHA:2025:947
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak niet meewerken aan bloedonderzoek en rijden onder invloed wegens onvoldoende bewijs
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde niet meewerken aan een bloedonderzoek en het subsidiair tenlastegelegde rijden onder invloed.
Het hof oordeelde dat niet bewezen kon worden dat het bevel tot bloedonderzoek was gegeven door een bevoegd ambtenaar, aangezien de verbalisant aspirant was en niet voldeed aan de ministeriële regeling. Hierdoor ontbrak een wettige grondslag voor het bevel, wat leidde tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde.
Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde oordeelde het hof dat de blaastest slechts een indicatie gaf en dat het rijgedrag en de omstandigheden onvoldoende bewijs leverden dat verdachte niet tot behoorlijk besturen in staat was. Verdachte gaf plausibele verklaringen voor het rijgedrag en de alcoholgeur, en het tijdsverloop tussen alcoholgebruik en blaastest kon de uitslag beïnvloeden. Daarom werd ook vrijspraak uitgesproken voor het subsidiair tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van niet meewerken aan bloedonderzoek en rijden onder invloed wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan bevoegdheid van de verbalisant.