Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 19 juli 2024 (hersteld bij exploot van 1 augustus 2024), waarmee [geïntimeerde] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 24 april 2024;
- het arrest van dit hof van 26 november 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 februari 2025;
- de memorie van grieven van de Gemeente, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde].
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Inleiding en juridisch kader
.
7.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 24 april 2024;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van de Gemeente begroot op € 5.265,-;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de Gemeente begroot op € 4.916,97;
- bepaalt dat de proceskosten worden vermeerderd met de wettelijke rente als [geïntimeerde] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
- bepaalt dat als [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [geïntimeerde] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.