Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Procesverloop
- [appellant] zelf is niet verschenen; alleen zijn advocaten mr. Scheltema voornoemd en diens kantoorgenoot mr. V.S.T. Leenders,
- [verweerder] is wel verschenen, bijgestaan door mr. Barthel voornoemd en vergezeld van de heer [naam].
2.Beoordeling van het hoger beroep
[appellant] heeft in totaal € 500.000,- uitgeleend aan Prejex Holding GmbH (hierna: Prejex) en €100.000,- aan [verweerder] in privé. De lening aan [verweerder] is omgezet in (eveneens) een lening aan Prejex. [verweerder] is bestuurder van Prejex. De leningen moesten uiterlijk op 1 april 2025 zijn terugbetaald, maar dat is niet gebeurd. Ook is de verschuldigde rente onbetaald gebleven. Ten tijde van de indiening van het faillissementsrekest was de schuld van Prejex uit hoofde van de geldleningen daardoor opgelopen tot € 644.000,-.Volgens [appellant] heeft [verweerder] hem ertoe bewogen (door het schetsen van positieve vooruitzichten van Prejex) de leningen te verstrekken, deze om te zetten en de looptijd ervan te verlengen, terwijl [verweerder] wist of moest begrijpen dat Prejex niet zou kunnen terugbetalen en ook geen verhaal zou bieden. De leningen zijn ook niet gebruikt voor het binnen Prejex te ontwikkelen product. Prejex heeft al haar relevante activa en intellectuele eigendomsrechten op 20 augustus 2024 voor € 1,- overgedragen aan Prejex Holding S.A., een Luxemburgse vennootschap, waarin [verweerder] een aanzienlijk aandelenbelang heeft, waarna Prejex als lege huls is achtergelaten en geen verhaal meer biedt. [verweerder] is dan ook uit hoofde van onrechtmatige daad en/of bestuurdersaansprakelijkheid aansprakelijk voor de vordering uit hoofde van de geldleningen.
3.Beslissing
A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.