Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Het procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 16 november 2023, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van 16 augustus 2023 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag (hierna ook: het vonnis);
- het tussenarrest van 9 januari 2024 van dit hof waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast (die niet is gehouden);
- de memorie van grieven van [appellante] , met producties;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] .
3.De feiten
4.De beoordeling in hoger beroep
op 7 februari 2022 € 1.000 en op 12 april 2022 € 2.650, opgeteld dus meer dan de koopsom. Hij heeft toegelicht wat de reden is dat hij (in zijn lezing) teveel heeft betaald.
‘[…] Niet alleen zijn de betalingen per bank van in totaal € 10.000,- in de dagvaarding onvermeld gelaten en ter zitting pas na aandringen erkend, ook is in de dagvaarding onjuiste informatie opgenomen over de betaling bij het aangaan van de overeenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat de gestelde onjuistheden in combinatie met de gang van zaken ter zitting waarbij de onjuistheden pas na aandringen werden erkend, tot een stevige sanctie moeten leiden. Daarom zal [geïntimeerde] niet worden belast met het bewijs van de gestelde contante betalingen, maar zal de vordering in zijn geheel worden afgewezen. […]’
€ 14.600. Van dit bedrag zouden partijen ‘om hen moverende redenen’ € 2.500 niet in de factuur hebben opgenomen. Mr. Arslan heeft op de mondelinge behandeling bevestigd dat, hoewel dit in de memorie van grieven niet zo is genoemd, deze € 2.500 moet worden gezien als ‘zwart’ deel van de koopsom, bedoeld om de belasting te ontduiken. De gewijzigde eis strekt tot veroordeling van [geïntimeerde] om dit bedrag aan [appellante] te voldoen.
5.De conclusie en de beslissing over de proceskosten
6.De beslissing
- bekrachtigt het vonnis van 16 augustus 2023 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 2.356,00, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.