Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:1592

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
22-000600-24
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 AWRBArt. 51 SrArt. 57 SrArt. 225 SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep belastingfraude en valsheid in geschrift met fiscaal nadeel van circa 3,9 miljoen euro

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens belastingfraude en valsheid in geschrift. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis en verklaart de verdachte opnieuw schuldig aan het opzettelijk onjuist en onvolledig doen van aangiften omzetbelasting namens drie ondernemingen over een periode van ruim zes jaar, met een fiscaal nadeel van circa € 3,9 miljoen.

Daarnaast is bewezen dat de verdachte meermalen valse verklaringen omtrent betalingsgedrag heeft vervalst en gebruikt om klanten te misleiden. De verdediging voerde putatieve overmacht aan, stellende dat de verdachte handelde uit noodtoestand om het bedrijf en personeel te behouden, maar het hof verwierp dit verweer wegens het ontbreken van verontschuldigbare dwaling.

Het hof acht de feiten ernstig en langdurig, waarbij het vertrouwen in de Belastingdienst ernstig is geschaad. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte (leeftijd en gezondheid), legt het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar op. Tevens beveelt het hof de teruggave van een deel van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar wegens belastingfraude en valsheid in geschrift met een fiscaal nadeel van circa 3,9 miljoen euro.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000600-24
Parketnummer: 10-996552-17
Datum uitspraak: 6 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van het voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
[B.V. 1] op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 27 november 2014 te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een)(maand)aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [B.V. 1] betreffende de/het tijdvak(ken):
- januari 2011 en/of februari 2011 en/of maart 2011 en/of april 2011 en/of mei 2011 en/of juni 2011 en/of juli 2011 en/of augustus 2011 en/of september 2011 en/of oktober 2011 en/of november 2011 en/of december 2011 en/of
- februari 2012 en/of maart 2012 en/of april 2012 en/of mei 2012 en/of juni 2012 en/of juli 2012 en augustus 2012 en/of september 2012 en/of oktober 2012 en/of november 2012 en/of december 2012 en/of
- januari 2013 en/of februari 2013 en/of maart 2013 en/of april 2013 en/of mei 2013 en/of juni 2013 en/of juli 2013 en/of augustus 2013 en/of september 2013 en/of oktober 2013 en/of november 2013 en/of december 2013 en/of
- januari 2014 en/of februari 2014 en/of maart 2014 en/of april 2014 en/of mei 2014 en/of juni 2014 en/of juli 2014 en/of augustus 2014 en/of september 2014 en/of oktober 2014 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft/hebben zij en/of haar/hun mededaders(s) - zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk op de/het bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, in elk geval de Belastingdienst, ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet(ten) voor de omzetbelasting (betreffende de/het genoemde tijdvak(ken)) (ten name van de genoemde rechtspersoon) (telkens) een te laag bedrag aan omzet en/of een te laag bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend en/of een te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag opgegeven, terwijl dat feit/die feiten (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van bovengenoemd strafbare feit zij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) zij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
2.
[B.V. 2] op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 oktober 2016 te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een)(maand)aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [B.V. 2] betreffende de/het tijdvak(ken):
-januari 2012 en/of februari 2012 en/of maart 2012 en/of mei 2012 en/of juni 2012 en/of juli 2012 en/of augustus 2012 en/of september 2012 en/of november 2012 en/of
-januari 2013 en/of februari 2013 en/of maart 2013 en/of april 2013 en/of juli 2013 en/of oktober 2013 en/of november 2013 en/of
-januari 2014 en/of februari 2014 en/of maart 2014 en/of mei 2014 en/of juli 2014 en/of oktober 2014 en/of december 2014 en/of -februari 2015 en/of maart 2015 en/of mei 2015 en/of juni 2015 en/of juli 2015 en/of augustus 2015 en/of september 2015 en/of oktober 2015 en/of november 2015 en/of
-januari 2016 en/of februari 2016 en/of maart 2016 en/of april 2016 en/of mei 2016 en/of juni 2016 en/of juli 2016 en/of augustus 2016 en/of september 2016 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan,
immers heeft/hebben hij en/of zijn/hun mededaders(s) - zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk op de/het bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, in elk geval de Belastingdienst, ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet(ten) voor de omzetbelasting (betreffende de/het genoemde tijdvak(ken)) (ten name van de genoemde rechtspersoon) (telkens) een te laag bedrag aan omzet en/of een te laag bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend en/of een te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag opgegeven, terwijl dat feit/die feiten (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van bovengenoemd strafbare feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven;
3.
[B.V. 3] op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2017 te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een)(maand en/of kwartaal)aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [B.V. 3] betreffende de/het tijdvak(ken):
- tweede kwartaal 2015 en/of vierde kwartaal 2015 en/of -januari 2016 en/of februari 2016 en/of maart 2016 en/of april 2016 en/of mei 2016 en/of juni 2016 en/of juli 2016 en/of augustus 2016 en/of september 2016 en/of oktober 2016 en/of november 2016 en/of december 2016 en/of
- januari 2017 en/of februari 2017 en/of maart 2017 en/of april 2017 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft/hebben hij en/of zijn/hun mededaders(s)- zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk op de/het bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, in elk geval de Belastingdienst, ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet(ten) voor de omzetbelasting (betreffende de/het genoemde tijdvak(ken)) (ten name van de genoemde rechtspersoon) (telkens) een te laag bedrag aan omzet en/of een te laag bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend en/of een te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting en/of een te laag belastbaar bedrag opgegeven, terwijl dat feit/die feiten (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van bovengenoemd strafbare feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven;
4.
zij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 12 april 2017, te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-077) en/of -een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-081) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-085) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-087) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-080) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-082) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-086) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2016 (DOC-083) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2016 (DOC-088) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 2 november 2016 (DOC-079) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 2 november 2016 (DOC-084) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 12 april 2017 (DOC-078),
althans een of meer geschrift(en), (telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, met het oogmerk om deze/dit verklaring(en)/geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken en/of vervalsen (telkens) hierin bestaan dat op/in die verklaring(en) betalingsgedrag, althans dat/die geschrift(en) valselijk, immers in strijd met de waarheid is vermeld:
- dat (volgens de Belastingdienst) door [B.V. 3] alle verschuldigde loonheffingen en/of premie(s) volksverzekering en/of werknemersverzekering en /of omzetbelasting (over een periode voorafgaand aan de datum zoals vermeld op de desbetreffende verklaringen betalingsgedrag) is/zijn betaald en/of -dat die/dat verklaring(en)/geschrift(en) afkomstig was/waren van en/of opgemaakt en/of ondertekend was/waren door/van ((een) medewerker(s) van) de Belastingdienst;
en/of
zij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 12 april 2017, te 's-Gravenhage en/of Amsterdam en/of Gorinchem en/of Badhoevedorp en/of Lijnden en/of Rotterdam en/of Ridderkerk en/of Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met(een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of doen gebruik maken van (een) vals(e) of vervalst(e) geschrift(en), als ware dat geschrift/die geschriften echt en onvervalst, immers heeft verdachte een of meerdere verklaring(en) betalingsgedrag, te weten -een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-077) en/of -een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-081) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-085)en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-087) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-080) en/of -een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-082) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-086) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2016 (DOC-083) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2016 (DOC-088) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 2 november 2016 (DOC-079) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 2 november 2016 (DOC-084) en/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 12 april 2017 (DOC-078) althans een of meer geschrift(en), (telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, opgestuurd en/of doen opsturen en/of verstrekt en/of doen verstrekken en/of afgegeven en/of doen afgeven aan [B.V. 4] en/of [B.V. 5] en/of [B.V. 6] en/of [B.V. 7] en/of [B.V. 8] en/of [B.V. 9] , althans een of meer (andere) rechtsperso(o)n(en) en bestaande die valsheid of vervalsing daarin dat op/in de verklaring(en) betalingsgedrag valselijk, immers in strijd met de waarheid was vermeld:
- dat (volgens de Belastingdienst) door [B.V. 3] alle verschuldigde loonheffingen en/of premie(s) volksverzekering en/of werknemersverzekering en /of omzetbelasting (over een periode voorafgaand aan de datum zoals vermeld op de desbetreffende verklaringen betalingsgedrag) is/zijn betaald en/of
- dat die/dat verklaring(en)/geschrift(en) afkomstig was/waren van en/of opgemaakt en/of ondertekend was/waren door/van ((een) medewerker(s) van) de Belastingdienst.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van het voorarrest. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de inbeslaggenomen administratie terug gaat naar de verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot iets andere bewezenverklaringen komt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
[B.V. 1] op
één of meerderetijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 januari 2011 tot en met 27 november 2014 te 's-Gravenhage
en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,meermalen,
althans eenmaal (telkens
)opzettelijk
(een)bij de Belastingwet voorziene aangifte
(n
), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten
(een)(maand
)aangifte
(n
)voor de omzetbelasting ten name van [B.V. 1] betreffende de
/hettijdvak
(ken
):
- januari 2011 en
/offebruari 2011 en
/ofmaart 2011 en
/ofapril 2011 en
/ofmei 2011 en
/ofjuni 2011 en
/ofjuli 2011 en
/ofaugustus 2011 en
/ofseptember 2011 en
/ofoktober 2011 en
/ofnovember 2011 en
/ofdecember 2011 en
/of
- februari 2012 en
/ofmaart 2012 en
/ofapril 2012 en
/ofmei 2012 en
/ofjuni 2012 en
/ofjuli 2012 en augustus 2012 en
/ofseptember 2012 en
/ofoktober 2012 en
/ofnovember 2012 en
/ofdecember 2012 en
/of
- januari 2013 en
/offebruari 2013 en
/ofmaart 2013 en
/ofapril 2013 en
/ofmei 2013 en
/ofjuni 2013 en
/ofjuli 2013 en
/ofaugustus 2013 en
/ofseptember 2013 en
/ofoktober 2013 en
/ofnovember 2013 en
/ofdecember 2013 en
/of
- januari 2014 en
/offebruari 2014 en
/ofmaart 2014 en
/ofapril 2014 en
/ofmei 2014 en
/ofjuni 2014 en
/ofjuli 2014 en
/ofaugustus 2014 en
/ofseptember 2014 en
/ofoktober 2014 onjuist en
/ofonvolledig heeft gedaan, immers heeft
/hebbenzij
en/of haar/hun mededaders(s)- zakelijk weergegeven -
(telkens
)opzettelijk op de
/hetbij
de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, in elk gevalde Belastingdienst, ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet
(ten
)voor de omzetbelasting
(betreffende de
/hetgenoemde tijdvak
(ken
)) (ten name van de genoemde rechtspersoon
) (telkens
)een te laag bedrag aan omzet en
/ofeen te laag bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend en
/ofeen te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting en
/ofeen te laag belastbaar bedrag opgegeven, terwijl
dat feit/die feiten
(telkens
)ertoe strekte
(n
)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van bovengenoemd strafbare feit zij, verdachte,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven en
/ofaan welke verboden gedraging
(en
)zij,
verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,feitelijk leiding heeft gegeven;
2.
[B.V. 2] op
één of meerderetijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 januari 2012 tot en met 31 oktober 2016 te 's-Gravenhage
en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,
althans eenmaal (telkens
)opzettelijk
(een)bij de Belastingwet voorziene aangifte
(n
), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten
(een)(maand
)aangifte
(n
)voor de omzetbelasting ten name van [B.V. 2] betreffende de
/hettijdvak
(ken
):
- januari 2012 en
/offebruari 2012 en
/ofmaart 2012 en
/ofmei 2012 en
/ofjuni 2012 en
/ofjuli 2012 en
/ofaugustus 2012 en
/ofseptember 2012 en
/ofnovember 2012 en
/of
- januari 2013 en
/offebruari 2013 en
/ofmaart 2013 en
/ofapril 2013 en
/ofjuli 2013 en
/ofoktober 2013 en
/ofnovember 2013 en
/of
- januari 2014 en
/offebruari 2014 en
/ofmaart 2014 en
/ofmei 2014 en
/ofjuli 2014 en
/ofoktober 2014 en
/ofdecember 2014 en
/of
- februari 2015 en
/ofmaart 2015 en
/ofmei 2015 en
/ofjuni 2015 en
/ofjuli 2015 en
/ofaugustus 2015 en
/ofseptember 2015 en
/ofoktober 2015 en
/ofnovember 2015 en
/of
- januari 2016 en
/offebruari 2016 en
/ofmaart 2016 en
/ofapril 2016 en
/ofmei 2016 en
/ofjuni 2016 en
/ofjuli 2016 en
/ofaugustus 2016 en
/ofseptember 2016 onjuist en
/ofonvolledig heeft gedaan,
immers heeft
/hebbenzij
en/of zijn/hun mededaders(s)- zakelijk weergegeven -
(telkens
)opzettelijk op de
/hetbij
de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, in elk gevalde Belastingdienst, ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet
(ten
)voor de omzetbelasting
(betreffende de
/hetgenoemde tijdvak
(ken
)) (ten name van de genoemde rechtspersoon
) (telkens
)een te laag bedrag aan omzet en
/ofeen te laag bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend en
/ofeen te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting en
/ofeen te laag belastbaar bedrag opgegeven, terwijl
dat feit/die feiten
(telkens
)ertoe strekte
(n
)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van bovengenoemd strafbare feit
zij, verdachte,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,opdracht heeft gegeven en
/ofaan welke verboden gedraging
(en
)zij, verdachte,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,feitelijk leiding heeft gegeven;
3.
[B.V. 3] op
één of meerderetijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 januari 2015 tot en met 31 mei 2017 te 's-Gravenhage
en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,meermalen,
althans eenmaal (telkens
)opzettelijk
(een)bij de Belastingwet voorziene aangifte
(n
), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten
(een)(maand
en/of kwartaal
)aangifte
(n
)voor de omzetbelasting ten name van [B.V. 3] betreffende de
/hettijdvak
(ken
):
- tweede kwartaal 2015 en
/ofvierde kwartaal 2015 en
/of
- januari 2016 en
/offebruari 2016 en
/ofmaart 2016 en
/ofapril 2016 en
/ofmei 2016 en
/ofjuni 2016 en
/ofjuli 2016 en
/ofaugustus 2016 en
/ofseptember 2016 en
/ofoktober 2016 en
/ofnovember 2016 en
/ofdecember 2016 en
/of
- januari 2017 en
/offebruari 2017 en
/ofmaart 2017 en
/ofapril 2017
onjuist en
/ofonvolledig heeft gedaan, immers heeft
/hebbenzij
en/of zijn/hun mededaders(s)- zakelijk weergegeven -
(telkens
)opzettelijk op de
/hetbij de
Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, in elk geval deBelastingdienst, ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet
(ten
)voor de omzetbelasting
(betreffende de
/hetgenoemde tijdvak
(ken
)) (ten name van de genoemde rechtspersoon
) (telkens
)een te laag bedrag aan omzet en
/ofeen te laag bedrag waarover omzetbelasting wordt berekend en
/ofeen te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting en
/ofeen te laag belastbaar bedrag opgegeven, terwijl
dat feit/die feiten
(telkens
)ertoe strekte
(n
)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van bovengenoemd strafbare feit
zij, verdachte,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,opdracht heeft gegeven en
/ofaan welke verboden gedraging
(en
)zij, verdachte,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,feitelijk leiding heeft gegeven;
4.
zij, op
één of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 juni 2015 tot en met 12 april 2017, te 's-Gravenhage
, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,meermalen
, althans eenmaal (een)geschrift
(en
) dat/die bestemd
was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-077) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-081) en
/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-085) en
/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-087) en
/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-080) en
/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-082) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-086) en
/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2016 (DOC-083) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2016 (DOC-088) en
/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 2 november 2016 (DOC-079) en
/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 2 november 2016 (DOC-084) en
/of
- een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 12 april 2017 (DOC-078),
althans een of meer geschrift(en), (telkens
)zijnde
(een)geschrift
(en
) dat/die bestemd
was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,
(telkens
) valselijk heeft opgemaakt en/ofheeft vervalst, met het oogmerk om deze
/ditverklaring
(en
)/geschrift
(en
)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat
valselijk opmaken en/ofvervalsen
(telkens
)hierin bestaan dat
op/in die verklaring
(en
)betalingsgedrag
, althans dat/die geschrift(en)valselijk, immers in strijd met de waarheid is vermeld:
- dat
(volgens de Belastingdienst) door [B.V. 3] alle verschuldigde loonheffingen en
/ofpremie
(s
)volksverzekering en
/ofwerknemersverzekering en
/ofomzetbelasting (over een periode voorafgaand aan de datum zoals vermeld op de desbetreffende verklaringen betalingsgedrag) i
s/zijn betaald en
/of
- dat die
/datverklaring
(en
)/geschrift
(en
)afkomstig
was/waren van en
/ofopgemaakt en
/ofondertekend
was/waren door
/van ((een)medewerker
(s
)van
)de Belastingdienst;
en
/of
zij, op
één of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 juni 2015 tot en met 12 april 2017, te 's-Gravenhage
en/of Amsterdam en/of Gorinchem en/of Badhoevedorp en/of Lijnden en/of Rotterdam en/of Ridderkerk en/of Hendrik-Ido-Ambacht,althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met(een) ander(en), althans alleen,meermalen
, althans eenmaalopzettelijk gebruik heeft gemaakt
en/of doen gebruik makenvan
(een) vals(e) ofvervalst
(e
)geschrift
(en
), als ware
dat geschrift/die geschriften echt en onvervalst, immers heeft verdachte
een of meerdereverklaring
(en
)betalingsgedrag, te weten
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-077) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-081) en
/of
–een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-085) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2015 (DOC-087) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-080) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-082) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 29 februari 2016 (DOC-086) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2016 (DOC-083) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 8 juni 2016 (DOC-088) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 2 november 2016 (DOC-079) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 2 november 2016 (DOC-084) en
/of
-een verklaring betalingsgedrag op naam van [B.V. 3] , d.d. 12 april 2017 (DOC-078)
althans een of meer geschrift(en), (telkens
)zijnde
(een) geschrift
(en
) dat/die bestemd
was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, opgestuurd en/of doen opsturen en/of verstrekt en/of doen verstrekken en/of afgegeven en/of doen afgeven aan [B.V. 4] en/of [B.V. 5] en/of [B.V. 6] en/of [B.V. 7] en/of [B.V. 8] en/of [B.V. 9]
, althans een of meer (andere) rechtsperso(o)n(en)en bestaande die
valsheid ofvervalsing daarin dat
op/in de verklaring
(en
)betalingsgedrag valselijk, immers in strijd met de waarheid was vermeld:
- dat
(volgens de Belastingdienst
)door [B.V. 3] alle verschuldigde loonheffingen en
/ofpremie
(s
)volksverzekering en
/ofwerknemersverzekering en
/ofomzetbelasting (over een periode voorafgaand aan de datum zoals vermeld op de desbetreffende verklaringen betalingsgedrag)
is/zijn betaald en
/of
-dat die
/datverklaring
(en
)/geschrift
(en
)afkomstig
was/waren van en
/ofopgemaakt en
/ofondertekend
was/waren door
/van ((een)medewerker
(s
)van
)de Belastingdienst.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl zij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen,t
erwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl zij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl zij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging meermalen gepleegd.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
en
opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Standpunt van de verdediging
Door de raadsman is bepleit dat de verdachte moet worden ontslagen van alle
rechtsvervolging, aangezien sprake is geweest van putatieve overmacht in de zin van
een noodtoestand. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat zij werd geconfronteerd met een conflict van plichten waarbij zij de plicht tot het (op tijd) betalen van omzetbelasting heeft opgeofferd [en deze (deels) heeft opgeschort] om te voldoen aan de maatschappelijke plicht om een nog levensvatbaar bedrijf in de lucht te houden en het personeel door te betalen. De raadsman concludeert tot ontslag van rechtsvervolging.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat het verweer dient te worden verworpen nu de verdachte het betalen van de salarissen van het personeel niet had mogen laten voorgaan op het doen van juiste aangiften omzetbelasting en het daarop betalen daarvan, ook gelet op de omstandigheid dat de fiscus een preferente schuldeiser is. Bovendien is sprake geweest van een lange periode waarover de gedragingen hebben plaatsgevonden en waren er redelijke alternatieve mogelijkheden voorhanden.
Beoordeling
Nu de verdediging zich beroept op putatieve overmacht begrijpt het hof het verweer van de verdachte aldus dat sprake is van een beroep op de buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond van afwezigheid van strafrechtelijke relevante schuld (ook wel aangeduid als afwezigheid van alle schuld, verder: AVAS) met betrekking tot de aan de verdachte onder 1, 2 en 3 verweten gedragingen.
Voor een geslaagd beroep op AVAS dient de verdachte verontschuldigbaar te hebben gedwaald omtrent haar plicht om de juiste aangifte omzetbelasting te doen.
Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof vast dat de verdachte als feitelijk leidinggever van de drie bedrijven verantwoordelijk was voor het correct en tijdig doen van de aangiften omzetbelasting. Zij heeft dat op de bewezenverklaarde wijze nagelaten.
Naar het oordeel van het hof blijken uit hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht geen feiten en omstandigheden op grond waarvan de verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald omtrent de te maken afweging. Enerzijds wist zij heel goed dat zij de wettelijke plicht had om juiste en volledige aangiften en afdrachten van de omzetbelasting te doen en anderzijds zijn geen omstandigheden gesteld die het standpunt ondersteunen dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat zij moest voldoen aan de gestelde ongeschreven maatschappelijke plicht om het loon door te betalen ten koste van de verplichtingen jegens de belastingdienst en/of dat zij geen andere afweging kon maken dan zij heeft gedaan. Zij heeft de situatie jarenlang laten voorduren en bovendien in dat kader ook nog verklaringen omtrent betalingsgedrag vervalst waaruit zou volgen dat zij aan haar belastingverplichtingen had voldaan, opdat ondernemingen op basis van deze onjuiste voorstelling van zaken de ondernemingen waarvan ze feitelijk leidinggever was, zouden blijven contracteren voor het leveren van diensten. Voorts werd de financiële ruimte die ontstond door de te lage aangiften en afdrachten omzetbelasting, onder andere gebruikt om een oude belastingschuld af te betalen.
Onder die omstandigheden is het naar het hof derhalve niet aannemelijk geworden dat de verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald omtrent een bij de belastingwet voorziene verplichting om de aangiften juist en volledig te doen.
Het hof verwerpt dan ook het verweer van de verdediging en de verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich jarenlang schuldig gemaakt aan belastingfraude. Zij heeft feitelijk leiding gegeven aan, en opdracht verstrekt tot, het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting door drie ondernemingen. Het is van essentieel belang dat de Belastingdienst vertrouwen kan stellen in de juistheid van de ingediende belastingaangiften. Dit essentiële vertrouwen is in deze zaak, door toedoen van de verdachte, ernstig geschaad. De verdachte heeft namelijk in een periode van ruim zes jaar structureel aangiften omzetbelasting ingediend die niet overeenkwamen met de werkelijkheid, met als gevolg dat zij de Belastingdienst heeft benadeeld, en daarmee de samenleving als geheel, voor miljoenen euro’s.
Evenals de rechtbank gaat het hof bij de berekening van de omvang van het nadeel
uit van het feitelijk geleden nadeel. Dat houdt in dat het te veel betaalde bedrag aan omzetbelasting in bepaalde maanden wordt afgetrokken van het nadeelbedrag over de maanden en jaren dat te weinig belasting is betaald. Het hof komt dan uit op een berekend fiscaal nadeelbedrag van om en nabij € 3,9 miljoen.
De verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan het vervalsen van verklaringen omtrent betalingsgedrag en het gebruik daarvan. Zij gebruikte deze verklaringen om tegenover klanten de indruk te wekken dat de bedrijven aan al hun fiscale verplichtingen hadden voldaan om hen door deze onjuiste voorstelling van zaken ertoe te bewegen met die ondernemingen te blijven contracteren.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 april 2026, waaruit blijkt dat aan de verdachte eerder door het Openbaar Ministerie een strafbeschikking is opgelegd voor het plegen van valsheid in geschrift en dat de verdachte zich kort hierna wederom schuldig heeft gemaakt aan hetzelfde strafbare feit.
Het hof zal bij het bepalen van de straf uitgaan van dit eerder genoemde benadelingsbedrag van € 3,9 miljoen. Daarbij merkt het hof op dat het oriëntatiepunt fraude van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als benedengrens bij een fraudebedrag van een miljoen euro of meer een gevangenisstraf van 24 maanden of meer inhoudt. De hierboven beschreven ernst en duur van de feiten rechtvaardigen hier de keuze om een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaren op te leggen. Een taakstraf is bij dit feitencomplex niet aan de orde.
Als strafmatigend neemt het hof in aanmerking dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM. De redelijke termijn in eerste aanleg is aangevangen op 25 augustus 2016, te weten het moment van het geven van de cautie en het verhoor van de verdachte bij de Belastingdienst over de onderhavige feiten. In eerste aanleg zijn meer dan twee jaren verstreken tussen het aanvangen van de termijn en het vonnis, dat is gewezen op 15 februari 2021. De redelijke termijn is in eerste aanleg overschreden met bijna 2,5 jaren. In totaal heeft de verdachte dus 4,5 jaar na haar eerste verhoor moeten wachten op een oordeel van de rechtbank. Hiervoor is geen goede verklaring te geven: de verdachte heeft direct na haar aanhouding in haar verhoren de strafbare feiten bekend en zij heeft zelf ook geen onderzoekswensen ingediend.
In de appelfase zijn ook meer dan twee jaren verstreken tussen het namens de verdachte instellen van het hoger beroep op 1 maart 2021 en het wijzen van het arrest op 6 mei 2026. De redelijke termijn is in hoger beroep overschreden met ruim 3 jaren, terwijl de verdachte ook in hoger beroep geen onderzoekswensen heeft ingediend. Inmiddels zijn dus bijna 10 jaar verstreken sinds het eerste verhoor van de verdachte.
Het hof zal vanwege de ernstige overschrijding van de redelijke termijn geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.
Voorts houdt het hof in matigende zin rekening met de proceshouding van de verdachte. Ze heeft de fraude onmiddellijk toegeven en haar verantwoordelijkheid niet ontkend. Tevens houdt het hof houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder haar leeftijd (bijna 74 jaar) en haar gezondheidssituatie
Alles afwegende ziet het hof aanleiding om een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de maximale duur die de wet kent, namelijk twee jaar.

Inbeslaggenomen voorwerpen

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggeven voorwerpen beslist het hof,
overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het standpunt van de verdediging,
als volgt.
Het hof zal de teruggave gelasten aan de verdachte van de aan dit arrest gehechte beslaglijst onder 5 t/m 26 vermelde voorwerpen

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 69 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 14a, 14b, 14c, 51, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) jaren.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf alsdan in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de op de lijst van inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, namelijk de voorwerpen genummerd:
- 5 t/m 26.
Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, als voorzitter, mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. V.M. de Winkel, leden, in bijzijn van de griffier mr. T. Kherad.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 mei 2026.
mr. M.I. Veldt-Foglia is buiten staat om dit arrest mede te ondertekenen.