Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:1606

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
200.340.545/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:33 BWArt. 3:35 BWArt. 6:74 BWArt. 6:76 BWArt. 6:96 lid 2 sub b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdelijk aansprakelijkheid voor tekortkoming bij tandheelkundige behandeling in Turkije

Appellante sloot via WhatsApp een overeenkomst met eenmanszaak 2 voor een tandheelkundige behandeling in Turkije, waarbij geïntimeerde en betrokkene betrokken waren. Na de behandeling ontstonden pijnklachten en werd vastgesteld dat tanden te ver waren afgeslepen. De kantonrechter wees de vordering tegen geïntimeerde af, maar kende betrokkene aansprakelijkheid toe.

In hoger beroep stelde appellante dat zij ook met geïntimeerde een overeenkomst had gesloten, gezien diens actieve rol in communicatie en begeleiding. Het hof oordeelde dat appellante er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat geïntimeerde medecontractspartij was, mede omdat geïntimeerde niet duidelijk maakte slechts als tussenpersoon te handelen.

Het hof stelde vast dat sprake was van een tekortkoming, omdat de behandeling niet volgens Nederlandse standaarden was uitgevoerd en appellante onvoldoende was geïnformeerd over risico's. Geïntimeerde werd hoofdelijk aansprakelijk gehouden en veroordeeld tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding. Tevens werden proceskosten aan appellante toegewezen.

Uitkomst: Het hof verklaart geïntimeerde hoofdelijk aansprakelijk en kent appellante een voorschot van €6.500 toe wegens tekortkoming bij tandheelkundige behandeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.340.545/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 10541311 CV EXPL 23-16031
Arrest van 26 mei 2026
in de zaak van
[appellante],
wonend in [woonplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. M.W. Fakiri, kantoorhoudend in Den Haag,
tegen
[geïntimeerde],
wonend in [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. Y.E. Palit, kantoorhoudend in Rotterdam.
Het hof noemt partijen hierna [appellante] en [geïntimeerde] .

1.De zaak in het kort

1.1
[appellante] is per Whatsapp een overeenkomst aangegaan met [eenmanszaak 2] voor een verblijf in Turkije ten behoeve van een tandheelkundige behandeling (het plaatsen van 20 kronen) in een kliniek in Turkije, nadat zij een reclame had gezien op Snapchat. Na de behandeling had [appellante] pijnklachten die niet overgingen. Na meerdere, tevergeefse, behandelingen door de kliniek in Turkije, heeft zij hulp gezocht bij een andere kliniek. Er werd geconstateerd dat de tanden en kiezen van [appellante] voor het plaatsen van de kronen te ver waren afgeslepen. [appellante] heeft [geïntimeerde] en [betrokkene] , de personen waarmee zij contact had toen zij de overeenkomst sloot, aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade.
1.2
[betrokkene] is in eerste aanleg niet in rechte verschenen, tegen hem is verstek verleend en de vordering van [appellante] tegen hem is door de rechtbank toegewezen. [geïntimeerde] ontkent dat [appellante] met haar gecontracteerd heeft. [eenmanszaak 2] is volgens haar de onderneming van [betrokkene] . Zij zou slechts tegen betaling klanten voor [eenmanszaak 2] hebben binnen gehaald. De kantonrechter heeft dit verweer gehonoreerd.
1.3
Het hof oordeelt dat [appellante] er van mocht uitgaan dat zij ook met [geïntimeerde] een overeenkomst sloot en kent ten laste van [geïntimeerde] een voorschot toe op de geleden schade.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 11 april 2024, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 januari 2024;
  • het arrest van dit hof van 4juni 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 juni 2024;
  • de memorie van grieven van [appellante] , met bijlagen;
  • de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlagen;
  • de bijlagen 4 en 5 die [geïntimeerde] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;
  • de voorlopige schadestaat die [appellante] op verzoek van het hof ten behoeve van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
2.2
Op 7 april 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Vervolgens is arrest bepaald.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
Het hof gaat uit van de volgende feiten.
a. [geïntimeerde] heeft blijkens een inschrijving in het handelsregister sedert 19 september 2019 een eenmanszaak onder de naam [eenmanszaak 1] , die actief is als
“reisorganisatie”en
“samenwerkingsorgaan op het gebied van gezondheidszorg en overige gezondheidszorgondersteunende diensten”. Haar activiteiten zijn voorts omschreven als
“Reisbegeleider (medisch toerisme). Bemiddelaar voor reizen voor plastische chirurgie en tandheelkunde”.
[betrokkene] heeft op 25 februari 2020 de eenmanszaak [eenmanszaak 2] ingeschreven in het handelsregister met als activiteit
“reisorganisatie, met name gericht op medische doeleinden”.Als startdatum is genoteerd 1 januari 2020.
[appellante] heeft op 1 oktober 2019 – nadat ze via Snapchat van [geïntimeerde] een reclame had gezien voor [eenmanszaak 2] – telefonisch contact opgenomen met [geïntimeerde] . Na dit telefoongesprek hebben [appellante] en [geïntimeerde] het contact via Whatsapp voortgezet.
Op 1 oktober 2019 heeft [appellante] per Whatsapp (röntgen)foto’s van haar gebit aan [geïntimeerde] gestuurd met de vraag of zij behandeld kon worden en wat de kosten zouden zijn. [geïntimeerde] heeft – ook via Whatsapp – laten weten
“ik vraag het even an de tandrts of hij al een plan heeft gemaakt”. Nadat [geïntimeerde] de bevestiging had gekregen dat behandeling mogelijk was, heeft zij [appellante] van nadere informatie voorzien. Vervolgens hebben partijen een afspraak gemaakt voor een huisbezoek bij [appellante] op 13 november 2019. [geïntimeerde] heeft dit huisbezoek afgelegd tezamen met [betrokkene] . Bij dit bezoek heeft [appellante] een aanbetaling van € 500,- gedaan.
Op 14 november 2019 ontving [appellante] per e-mail via het adres [e-mailadres] een bevestiging van de behandeling die op 23 november 2019 zou gaan plaatsvinden. Bij de e-mail zat een bijlage met de volgende tekst:
‘Hallo,
Bedankt voor uw intresse in [eenmanszaak 2]
Wij hebben met elkaar gesproken om een afspraak te maken voor het plaatsen van ongeveer 20 kronen.
Wij hebben de behandeling besproken met de tandarts en hebben uw fotos bekeken en het behandelplan besproken.
Wat wij adviseren is het plaatsen van ongeveer 20 kronen, hiermee zullen de tanden recht worden , ook zullen ze de vorm van de tanden aanpassen in de vorm wat u zelf wilt en de kleur kunt u zelf bepalen.
(…)
Onze kliniek in Istanbul is de juiste plek als u kiest voor zirconium kronen.
de tandarts heeft jaren ervaring in het plaatsen van deze kronen en de resultaten zijn geweldig.
Ook zullen wij garantie geven op het werk van de tandarts
(…)
Informatie over kronen.
Kronen is een soort hoesje wat over de oude tand heen gaat, kronen worden geadviseerd als de eigen tand verwaarloosd of gebroken is. (…)
De behandeling zal klaar zijn binnen 5 dagen. U zult 5 nachten overnachten in turkije.
Hierbij een voorbeeld:
Maandag komt u aan bij de tandarts de tijd zal nog met u besproken worden, op deze dag zullen uw tanden worden geslepen om ruimte te maken voor de nieuwe kroon. Ook krijgt u deze dag een tijdelijke noodkroon zodat u 2 uur na de behandeling wat kunt eten en drinken (…)
Ook bent u na de behandeling nog verdoofd
Dinsdag komt u weer langs om de vorm van de tanden te passen op uw eigen tand ook word deze dag de kleur besproken die u wenst deze afspraak zal niet veel tijd in beslag nemen.
Woensdag is de laatste afspraak en zullen alle nieuwe kronen geplaatst worden het kan zo zijn dat de tandarts opnieuw moet verdoven dit is niet altijd het geval.
Na dat de tanden allemaal zijn geplaatst kunt u na 2 uur weer eten en drinken (…)
U kunt last hebben van napijn dit hoort erbij en zal weggaan met het innemen van paracetamol, (…)
De kosten van de kronen:
Zirkonium kronen kosten 185,-per tand wij bieden een pakket aan vanaf 10 tanden. Eventuele gaatjes of wortelkanaal behandeling word ter plekken gratis hersteld.
10 kronen 1850 euro
18 kronen 3330 euro
20 kronen 3700 euro
24 kronen 4440 euro
Bij deze prijs zit 3 nachten hotel of villa ontbijt en transfer met medicatie inbegrepen.
Wij zijn [eenmanszaak 2] en wij staan voor kwaliteit en garantie voor de laagste prijs.
Uw plek word gereserveerd na het boeken van een vliegtuigticket , (…)
Ook vragen wij om een aanbetaling van 500 euro het overige bedrag word in turkije verrekend dit gebruiken wij om het hotel en de transfer vast te zetten.
Graag ontvangen we van het vliegtuigticket en betaling een screenshot.
Heeft u verder nog vragen? Laat het ons dan even weten!
Mvg [eenmanszaak 2]
Behandelplan:
20 kronen 3500 Euro
aanbetaling 500 Euro
Elk volgende kroon 185 euro per tand
Totaal bedrag wat in de kliniek nog betaald moet worden 300EUR
er kan alleen betaald worden cash in euros.
Op 23 november 2019 is [appellante] naar Turkije gereisd en is de behandeling gestart in de kliniek “ Eniyident Istanbul ” (hierna: de kliniek). [geïntimeerde] en [betrokkene] waren in Istanbul aanwezig en hebben haar daarbij begeleid. [appellante] heeft uiteindelijk 24 kronen laten plaatsen. Zij heeft voor de behandeling een bedrag van € 3.600,- in contanten betaald.
Na terugkeer in Nederland heeft [appellante] op 4 december 2019 per Whatapp aan [geïntimeerde] laten weten dat zij nog steeds veel pijn had en ze klaagde verder dat de behandeling langer had geduurd dan overeengekomen. De behandeling was pas “zaterdagnacht om 4 uur” (het hof begrijpt: op 30 november 2019) klaar, waardoor [appellante] twee extra hotelovernachtingen en een andere vlucht heeft moeten boeken.
Op 6 december 2019 reageerde [geïntimeerde] per Whatsapp en schreef (onder meer):
“Hotelkosten ga ik zelf aan je geven alleen vliegticket ben ik in overleg met [eigenaresse kliniek 1](de eigenaresse van de kliniek, hof)
van de kliniek”
i. Op 7 december 2019 liet [appellante] per Whatsapp aan [geïntimeerde] weten dat zij veel last heeft van de linkerzijde van haar gebit. Op 9 december 2019 schreef zij
“ik denk dat ik gewoon terug moet want er zit overal cement in me mond elke x komt er een klein stukje los”.
Bij e-mail van 13 december 2019 ontving [appellante] de volgende mail van het adres [e-mailadres] :
“hierbij een schriftelijke garantie op de kronen.
stuur mij zondag even een tikkie dan zal ik de 120 euro aan hotelkosten meteen aan je overmaken.
groetjes”
Als bijlage was een bestand gevoegd met de volgende tekst:
“Garantie bewijs [eenmanszaak 2]
hierbij bevestigen we schriftelijk de 20 jarige garantie op de geplaatste kronen.
Als er iets met de kronen gebeurd zal dit kostenloos gemaakt worden
met ingang van november 2019 tm november 2039
Mvg [eenmanszaak 2] ”
[appellante] bleef pijnklachten houden. In verband hiermee bezocht zij op 8 maart 2020 Tandartsenpost010 . In het verslag van dit bezoek staat het volgende:
“Ms [appellante] has got a long bridge whiich covers upper front teeht. Patient has now a huge inflamation related with tooth number 21. Percusie 21 is +++. Percusie 22+.
Advice to have the bridge removed and cheching property where the problem is (almost sure that is caused by tooth number 21. Maybe also 22)
We have tried to start rct in tooth number 21 but the anatomy does not allow us to find the nerve canal. Tempit temporary vulliing is placed.
Advice getting bridge uit in Turkey + endo in tooth number 21 (maybe also 22) and advice to have checked every single tooth in the bridge.
We open throught the gum and pus is out. We clean it property with chx + saline water. Presure is released.
Augmentine 5 days, no allergie
Tramadol for the pain
All the instructions are given”
Op 9 maart 2020 heeft [appellante] zich opnieuw onder behandeling gesteld van de kliniek. Daar zijn alle kronen verwijderd en [appellante] werd doorverwezen voor advies. Door de adviserend tandarts werd bevestigd dat sprake was van een abces, verder constateerde hij dat de tanden/kiezen van [appellante] te ver waren weggeslepen. Door de kliniek werd bij 8 tanden/kiezen een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd, waarna nieuwe kronen werden geplaatst. Daarna is zij teruggekeerd naar Nederland.
[appellante] bleef klachten houden aan de linkerzijde van haar gebit. Zij wendde zich in november 2020 via Whatsapp opnieuw tot [geïntimeerde] (in citaten hierna: N), die haar adviseerde zich opnieuw onder behandeling te stellen van de kliniek. [appellante] (in citaten hierna: B) reageerde:
[19-11-2020 13:20:00] B: Ja maar hoe kan je iemand terug sturen naar een zelfde kliniek waar het al twee keer fout gegaan is ik heb een trauma ik vertrouw ze niet meer en een andere kliniek regelen is het minste wat je kan regelen [geïntimeerde] en dat jij of [betrokkene] voor die kosten moeten opdraaien dat is risico van het vak daar kan ik niks aan doen maar ik kan ook niet tien keer per jaar naar Turkije kronen in kronen uit ik ben een mens met een gevoel geen proefkonijn
[19-11-2020 13:22:53] N: De tandarts raakt geen werk van een andere tandarts aan, hun beginnen er niet aan ik heb het al nagevraagd Plus die klinieken staan los van elkaar anders had ik wat kunnen regelen maar ze doen het niet Ik zal met [betrokkene] kijken hoe en wat we kunnen doen
[19-11-2020 13:23:51] B: Ja want als ik zelf nu naar een andere kliniek ga doen ze het ook maar dan moet ik weer een paar duizend euro neerleggen snap je
[19-11-2020 13:25:37] N: Ja snap ik ik ben zelf over 2 weken terug en zal met [betrokkene] erover hebben wat we kunnen doen
[19-11-2020 13:25:46] N: Zodat er een oplossing komt
[19-11-2020 13:30:58] N: Maar eigelijk een andere tandarts zal hetzelfde gaan doen als hun
(…)
[19-11-2020 13:55:50] B: Nou ik denk het niet want ergens waar het twee keer fout gegaan is eerste keer sturen ze me met een absest terug levensgevaarlijk ik had dood kunnen gaan zo erg was die absest me gezicht stond helemaal scheef tweede keer bleek dat ze bij de eerste keer teveel me eige tanden haden geslepen waardoor me alles open lag daarom had ik zoveel pijn 10 wortelkanaalbehandelingen hoe kan je zo een kliniek nog vertrouwen even serieus laten we even realistische blijven als dit bij je zelf was overkomen zou je ook niet meer die kliniek vertrouwen is niet meer dan logische
[19-11-2020 13:55:53] N: Ik zal overleggen
(…)
[27-11-2020 12:34:13] N: Ik weet niet waarom de kronen niet blijven zitten bij jou ik ben de tussenpersoon en niet de tandarts, daarom doe ik daar geen uitspraken over het moet gewoon opnieuw gedaan worden en juist en evt met andere lijm? Ik begrijp niet waarom ze los komen bij jou
[27-11-2020 12:35:28] B: Dus dan komt het er op neer dat ik een proefkonijn ben dit kan kabinet eventueel met andere kijk en dan gaan ze weer los. Ik ben geen tandarts en ik kan je vertellen wat er mis is gegaan
(…)
[27-11-2020 12:37:57] B: En een tussenpersoon is niet alleen maar geld pakken en mij aan me lot over laten tot drie keer toe een tussenpersoon hoort alles tot op de stipjes te regelen en mocht er iets niet goed gaan dan heb jij de verantwoording als tussenpersoon dit is een tussenpersoon
[27-11-2020 12:38:04] B: En niet op deze manier
[27-11-2020 13:01:24] N: Nou zo kunnen we over en weer gaan volgens mij ben je ook zelfstandig (eigen keuze) terug gegaan en ben je ook geholpen
Jammer dat jij het zo ervaren hebt je hebt het zover gekregen dat [betrokkene] zijn handen ervan af heeft getrokken na bedreigen ect maar ik wil nog me best doen en kijken welke oplossing we evt hebben
[27-11-2020 13:01:44] N: Ik ben zelf in gesprek met de eigenaresse erover
[27-11-2020 13:01:49] N: Je hoort van mij'
Op 8 december 2020 is [appellante] opnieuw naar Turkije gereisd om zich in de kliniek te laten behandelen. Op 9 december 2020 schreef zij per Whatsapp aan [geïntimeerde] :
‘[09-12-2020 18:14:40] B: Goedenavond [geïntimeerde] ik zit in de kliniek zonder tanden ik moet weer 1500 betalen voor implantatien omdat er van alles mis gegaan is de eerste en tweede keer nu moet me voortand eruit en niemand die me helpt niemand die reageerd niemand die praat
[09-12-2020 18:15:17] B: De aller eerste keer dat ik hier was heb de arts [betrokkene] verteld dat ik het beter niet kon doen waarom is mij dit nooit verteld dan was ik er nooit aan begonnen
[09-12-2020 18:15:34] B: Dit kan toch niet ik ben gewoon gemarteld en wordt zo weg gestuurd
(…)
[09-12-2020 18:17:39] B: Tot drie keer gaat het fout allemaal door die kale(de behandelend tandarts van de kliniek, hof)
er komen allemaal klanten terug bij die kale omdat ie ze werk niet goed doet
[09-12-2020 18:51:04] N: Wacht even
[09-12-2020 18:51:08] N: Dit is niet aan mij doorgegeven
(…)
[09-12-2020 18:51:32] N: Waarom zou je moeten betalen dat is niet de afspraak
[09-12-2020 19:02:47] B: Omdat ik ineens impantaten moet [geïntimeerde] van alles gaat al fout vanaf het begin is gewoon niet normaal (…)
[09-12-2020 19:03:01] N: Ik ben dit ook zat
[09-12-2020 19:03:06] N: Ik ga jou zelf tegemoet komen
(…)
[09-12-2020 19:03:10] N: Zonder [eigenaresse kliniek 1] en [betrokkene]
(…)
[09-12-2020 19:04:14] N: Maar wat hebben ze nu gezegd over wat te doen nu
(…)
[09-12-2020 19:13:09] B: Dat ik moet betalen dat ik langer moet blijven
[09-12-2020 19:14:05] B: En dan is de vraag. Nog maar of ze goed gemaakt worden
[09-12-2020 19:17:45] N: Maar betalen voor
[09-12-2020 19:17:47] N: Implantaat
[09-12-2020 19:17:50] B: Ja
[09-12-2020 19:17:52] N: Hoeveel
(…)
[09-12-2020 19:18:31] B: Intotaal bijna 4000 euro met alles wat ze moeten doen
[09-12-2020 19:18:46] N: Hoeveel vragen ze per implantaat
[09-12-2020 19:18:52] B: Ik weet niet
[09-12-2020 19:18:59] B: Want niks is duidelijk
[09-12-2020 19:18:59] N: Hebben ze je een behandelplan gegeven
[09-12-2020 19:19:13] B: Ze geven niks je tekent daargewoon voor om geslacht te worden
[09-12-2020 19:19:17] N: Oké ik ga even bellen
(…)
[09-12-2020 19:19:28] B: En moet tien dagen extra blijven
[09-12-2020 19:19:43] B: Wie gaat voor al die kosten opdraaien snap je wat ik bedoel
(…)
[09-12-2020 19:20:05] N: Ik ga je helpen
(…)
[09-12-2020 19:20:31] N: Maar ik ga nu iemand even laten bellen vragen hoe en wat
(…)
[09-12-2020 19:20:56] N: Ik heb geen communicatie omdat [betrokkene] alles regelt. Maar ik neem het over want dit werkt niet zo
(…)
[09-12-2020 19:21:40] B: [betrokkene] [geïntimeerde] echt waar die is van mij zodra ik terug ben want die is zo asociaal met heel ze arrogante kop hij ken ook niet normaal communiseren
[09-12-2020 19:21:50] B: Die kliniek probeerd hem te bereiken niet reageren niks
(…)
[09-12-2020 19:23:26] N: Wat hij doet moet hij weten maar ik vind ook dat dit niet kan
[09-12-2020 19:23:38] N: Ben dit nu ook zat je moet nu gewoon geholpen worden
[09-12-2020 19:23:44] B: Dankje'
Op 9 en 10 december 2020 werd [appellante] in de kliniek behandeld. Zij kreeg noodkronen, die in februari 2021 vervangen zouden worden door nieuwe kronen, maar over wie de kosten zou dragen was nog geen duidelijkheid.
Op 15 december 2020 verzond [geïntimeerde] het volgende voicebericht aan [appellante] :
“Ik vlieg morgen naar Turkije, dus als je mij heel even de tijd wilt geven, ik ga daar gewoon langs, want ik heb gisteren [eigenaresse kliniek 1] gesproken en [eigenaresse kliniek 1] zegt tegen mij dat helemaal geen geld is gevraagd. Dus dat vind ik sowieso ook vreemd. Niet dat ik jou niet geloof hoor, maar kijk ik bedoel elke keer word ik
van het kastje naar de muur gestuurd. Het heeft voor mij geen zin meer om telefonisch te praten met haar, ik ga er gewoon naartoe en dan ga ik gewoon kijken hoe en wat en dan ja zoals ik al zei, dan kijken wij even hoe wij eruit gaan komen. Kijk ik kan je geen garantie geven wat [eigenaresse kliniek 1] en [betrokkene] gaan
doen, dat weet ik niet. Buiten dat is het implantaat ook naar verkoopprijs gerekend en dat was ook niet de afspraak dus. (…)”
[appellante] en [geïntimeerde] wisselen hierna onder meer de volgende berichten per Whatsapp:
'[03-01-2021 14:29:56] N: Jou 3 implantaten betaal ik.
[03-01-2021 14:30:00] N: De andere 2 de kliniek
[03-01-2021 14:30:07] N: Dus dat. Heb je can mij
(…)
[03-01-2021 14:30:19] N: [betrokkene] betaald daar niks aan mee
(…)
[03-01-2021 14:31:16] N: Nou ik ben geen oplichter alleen helaas werkt de kliniek alleen persee met. Hem dus alles moet ook via hem ):
[03-01-2021 14:31:16] B: En nu ben ik achter me hotel kosten aan het gaan bijna moet ik ervoor smeken snap je is niet leuk dit hoe het gaat
(…)
[03-01-2021 14:32:40] B: En over de hotelkosten waar ik het elke x over heb dat zijn jou woorden hotel en transfer regel ik zei je
[03-01-2021 14:32:50] B: En nu lijkt het alsof ik moet smeken om me eige geld
(…)
[04-01-2021 14:40:28] N: Zodra ik antwoord heb zal ik het je doorgeven
[04-01-2021 14:41:18] B: Van wie moet je antwoord krijgen ik praat over de hotel kosten die heb jij mij beloofd dus op wie zijn antwoord wacht je dan we zijn bijna een maand verder
[04-01-2021 15:13:10] N: Ik vergoed de implantaten al dus er moet van dr andere kan ook geholpen worden als het aan hun had gelegen hadden ze helemaal met niks geholpen... Dus de hotel kosten bespreek ik met hun dat heb ik je gister ook al vertel
(…)
[19-01-2021 14:09:27] N: Hi [appellante] ik zal de helft van je hotel kosten mee vergoeden
[19-01-2021 20:51:01] B: Hoi, ik heb een betaalverzoek gemaakt van € 100,00 voor... Je kunt met elke bank in Nederland betalen. Dank je wel!
(…)
[19-01-2021 20:51:24] B: En wie vergoed de andere helft
(…)
[06-02-2021 00:00:10] N: Ik heb een voorstel gedaan aan je vader, als jullie ermee akkoord zijn dan zal ik alles in orde maken. Ik wil je alles opsturen ik ben alleen bezig met een rechtszaak en wacht eerst af of ik dit überhaupt mag delen hoop dat je dat begrijp
(…)
[12-02-2021 09:33:38] N: Laat me weten of jullie akkoord zijn dan maak ik er werk van ik moet eerst en contract dan laten opstellen als jullie akkoord zijn met het aanbod dan kunnen we het afhandelen xx
[12-02-2021 13:18:22] B: Ik kan je geen akkoord geven voor iets wat ik nog niet heb gelezen Je hebt het over een contract dat ik moet teken dat je me tegemoet komt met duizend euro maar wordt er ook in het contract gezet dat het al drie keer fout is gegaan dus alles van begin tot eind dat we hier al twee jaar mee bezig zijn en dat er eigelijk 3200 betaald moet worden in de kliniek en dat ik de
rest ik weet niet waar vandaan moet halen en als er geen 3200 betaald wordt ik ook geen nieuwe kronen krijg twe ik nov 2019 al betaald heb wordt dit ook allemaal in het contract gezet”
Op 12 februari 2021 sprak [geïntimeerde] het volgende audiobericht aan [appellante] in:
“Nou het zit eigenlijk zo, ik zal het je snel vertellen. Ik dacht dat je het misschien wist. De rekening was vierduizend euro bij de kliniek. De kliniek zei we doen het fiftyfifty, dus tweeduizend tweeduizend, prima. Nu is het zo dat dan, dat je van mij duizend euro hoort te krijgen en van [betrokkene] . Mijn duizend euro wil ik best aan je geven, maar dat is logisch dat ik het op papier wil hebben, daar is niks
raars aan. Dat kan ik ook voor je doen, dus daar wacht ik eigenlijk voor op tot akkoord. Ja betaalt [betrokkene] niet bij de kliniek dan weet ik het ook niet. Daarom wil ik het met jullie afspreken, dat ik het aan jullie kan geven, want ik weet niet wat daar gebeurt. Ik ben daar niet meer werkzaam. [betrokkene] werkt daar zo nog, dus ik weet niet wat hun verder gaan doen. De kliniek heeft in ieder geval zijn deel al zeg maar vergoed om het maar zo te zeggen. Ik kan dan mijn deel geven en het andere deel van [betrokkene] , ik kan je daar geen garantie op geven. Ik heb geen contact meer met hem, alles gaat nu via advocaten dus ja als je het deel wilt, kan ik het voor je in orde maken, maar tot daar kan ik je helpen en niet verder, het spijt me.”
Op 25 februari 2021 is [appellante] opnieuw naar Turkije gereisd en heeft zich door dr. Berna Gürses , tandarts en parodontoloog, (hierna: Gürses ) laten behandelen. In zijn verslag (vertaald uit het Turks) staat het volgende:
“Onze patiënte, genaamd [appellante] heeft zich op 01.03.2021 bij onze kliniek aangemeld. Toen patiënte voor het eerst kwam had zij implantaten in haar tanden met nummers 12,24,25,42,32. De tanden van patiënte, met de nummers 13,11,21,23,26,43 en 33 waren verkleind en de pulpa waren open. Daardoor had de patiënte bij aankomst bij onze kliniek heel veel kiespijn en het zag er erg geïrriteerd uit. Om de pijnklachten van patiënte weg te nemen hebben wij in onze kliniek een wortelkanaalbehandeling op de verkleinde tanden van patiënte toegepast. Vervolgens zijn de tanden opgemeten en zijn er 15 prothese tanden van monolithisch zirconium gemaakt. Van deze 15 tanden zijn er 6 implantaten die bedekt zijn met fineer. De overige tanden zijn ook bedekt met fineer. Omdat de implantaat een grote hoek richting de mondholte vertoonde en een slechte stand had is zij verdoofd. De behandeling van patiënte is op 13.03.2021 afgerond.
Onze patiënte heeft voor al deze behandelingen onze kliniek een bedrag van 19.000 Turkse Lira betaald.”
Op 19 april 2021 zond [geïntimeerde] een voorstel tot afkoop van haar aandeel van de schade van [appellante] door betaling van een vergoeding van € 1.000,-. Het restant van de schade zou [appellante] bij [betrokkene] moeten verhalen. [appellante] heeft dit voorstel van [geïntimeerde] niet geaccepteerd.
Bij brief van 9 februari 2022 van haar advocaat heeft [appellante] [betrokkene] aansprakelijk gesteld voor de door [appellante] geleden en nog te lijden schade.
In een medisch advies van 26 januari 2023 heeft drs. I. Jager , tandarts en implantoloog” (hierna: Jager ), onder meer het volgende geschreven:
BESCHOUWING:
Betrokkene was op 23-11-2019 onder behandeling gegaan bij een tandarts of kliniek in Turkije. De aanleiding was dat zij diverse klachten en problemen had.
Het is zeer uitgebreid behandeld, zoals het wel vaker gaat in Turkije, waarbij veel gezond tandweefsel wordt weggeslepen om er een kroon overheen te maken. Dit is niet conform de state of art zoals we in Nederland de tandheelkunde bedrijven. Hoewel geen uitgangssituatie bekend is, is het met een grote mate van zekerheid te zeggen dat er veel te invasief behandeld is.
Door het uitgebreid wegslijpen van tandweefsel is er een veel grotere kans op het afsterven van de zenuw, een necrotische pulpa, wat gepaard kan gaan met chronische of acute pijn. Aanvullende wortelkanaalbehandelingen kun je dan nodig hebben.
Als op een nog vitale tand of kies een kroon gemaakt wordt, is de kans groot dat er in de loop der jaren een wortelkanaalbehandeling nodig is. Dit moet in ieder geval in de informed consent aan betrokkene zijn gemeld als zijne een risicofactor. Vaak worden gezonde tanden beslepen om zodoende in enkele dagen een 'mooi' stralend wit gebit te creëren.
Medische eindtoestand?
Er is in dit soort dentities nooit sprake van een eindtoestand. Er is een restauratiecyclus en het einde van de cyclus is het verlies van het gebit en een kunstgebit. Hoe eerder je begint met - niet medisch noodzakelijk - ingrijpen, hoe sneller je in de cyclus komt dat er weer tanden of kiezen verloren gaan en bijvoorbeeld vervangen moeten worden door een implantaat.
Beperkingen
Er is summiere informatie beschikbaar, derhalve geen harde conclusie.
Mate van blijvende functionele invaliditeit
Het gebit is irreversibel behandeld met invasieve tandheelkunde waarvan de juiste indicatie twijfelachtig is.
Risico's voor de toekomst
Zie bovenstaande punten.
ONTBREKENDE INFORMATIE:
Historie ontbreekt
BEANTWOORDING VAN UW VRAGEN:
1. Zijn de klachten die ontstaan zijn na het plaatsen van de kronen in de eerste kliniek in Turkije in november 2019 te beschouwen als gevolg van onzorgvuldig handelen van de tandarts?
Volgens de Nederlandse standaard: ja
Volgens de Turkse standaard: weet ik niet.
De esthetiek van de kronen is van bedroevende kwaliteit. Er zijn dan ook grote vraagtekens over de pasvorm, randaansluiting. Echter, dit laatste is niet te controleren door ontbreken van röntgenfoto's.
2. Wat is het meest aannemelijke oorzaak van de klachten die cliënte ontwikkelde na de eerste behandeling in november 2019?
Het fors beslijpen van tanden en kiezen wat leidt tot afsterven van de zenuw en dus kiespijn, of ontstekingen van het tandvlees door slecht aansluitende (passende) kronen.
(…)”

4.Procedure bij de rechtbank

4.1
Op 24 februari 2023 heeft [appellante] [geïntimeerde] en [betrokkene] gedagvaard en gevorderd om voor recht te verklaren dat beiden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [appellante] geleden en nog te lijden schade, en beiden hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [appellante] van een bedrag van € 8.197,41 bij wijze van voorschot op de geleden schade en een bedrag van € 406,35 aan buitengerechtelijke kosten, een en ander vermeerderd met rente en de proceskosten.
4.2
[betrokkene] is niet in rechte verschenen. Aan hem is verstek verleend.
4.3
De kantonrechter heeft in de procedure tegen [geïntimeerde] de vorderingen afgewezen en [appellante] in de proceskosten veroordeeld. In de procedure tegen [betrokkene] heeft de kantonrechter de vorderingen bij verstek toegewezen.
4.4
De kantonrechter overwoog daartoe dat op basis van de door [appellante] gestelde feiten en omstandigheden de conclusie kan worden getrokken dat [appellante] met [betrokkene] , handelend onder de naam [eenmanszaak 2] , een overeenkomst heeft gesloten met betrekking tot de door [appellante] gewenste tandheelkundige behandeling en dat [betrokkene] – ook als die overeenkomst niet gekwalificeerd zou kunnen worden als een geneeskundige behandelingsovereenkomst – voor de uitvoering van die overeenkomst een tandarts heeft ingeschakeld voor wiens fouten hij op de voet van art. 6:76 BW Pro op gelijke wijze aansprakelijk is als voor eigen fouten.
4.5
[appellante] heeft echter – gelet op het gemotiveerde verweer van [geïntimeerde] – onvoldoende gesteld om te oordelen dat zij er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat zij ook met [geïntimeerde] een overeenkomst is aangegaan op grond waarvan zij [geïntimeerde] aansprakelijk kan houden voor de door haar geleden schade. [appellante] stelt wel dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [eenmanszaak 2] een gezamenlijke onderneming was [geïntimeerde] en [betrokkene] , maar zij heeft volgens de kantonrechter onvoldoende onderbouwd waarop zij dit vertrouwen heeft gestoeld.

5.Vordering in hoger beroep

5.1
[appellante] vordert hetzelfde als bij de kantonrechter. Zij wil dat het hof haar vorderingen tegen [geïntimeerde] alsnog toewijst.
5.2
Kort gezegd zien de bezwaren van [appellante] op het volgende: de kantonrechter is buiten de rechtsstrijd getreden door te overwegen dat [geïntimeerde] zich heeft beroepen op een tussen haar en [betrokkene] gesloten agentuurovereenkomst (grief I); de kantonrechter heeft ten onrechte ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar het uittreksel van het handelsregister van [eenmanszaak 2] , omdat [betrokkene] volgens dat uittreksel [eenmanszaak 2] runt vanaf 1 januari 2020 en [geïntimeerde] volgens eigen zeggen begin 2020 voor het laatst contact heeft gehad met [betrokkene] (grief II); de kantonrechter heeft ten onrechte overwogen dat [appellante] onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat [geïntimeerde] en [betrokkene] in 2019 samen de onderneming [eenmanszaak 2] dreven, zodat [appellante] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat ook [geïntimeerde] haar contractspartij is (grief III); ten onrechte heeft de kantonrechter overwogen dat aan het feit dat [geïntimeerde] zich bediende van een Whatsapp account met de naam [eenmanszaak 2] niet, althans niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat [appellante] erop mocht vertrouwen dat zij (ook) met [geïntimeerde] een overeenkomst sloot (grief IV); hetzelfde geldt voor de per e-mail verzonden afspraakbevestiging en de correspondentie met [geïntimeerde] na de behandeling, daaruit valt immers niet af te leiden dat [geïntimeerde] (enkel) optrad als contactpersoon (grief V); ten onrechte heeft de kantonrechter geen belang gehecht aan het door [geïntimeerde] geboden bedrag van € 1.000,-, omdat daarin geen gave erkenning valt te lezen (grief VI); ten onrechte heeft het vorenstaande de kantonrechter tot de slotsom gebracht dat [appellante] in het licht van het door [geïntimeerde] gevoerde verweer, onvoldoende heeft onderbouwd waarop zij het door haar gestelde vertrouwen baseert. Het is juist het verweer van [geïntimeerde] dat tekortschiet (grief VII), en tot slot: de kantonrechter heeft [appellante] ten onrechte niet toegelaten tot bewijslevering (grief VIII).

6.Beoordeling in hoger beroep

6.1
Het hof stelt vast dat [betrokkene] geen hoger beroep heeft ingesteld van het tussen hem en [geïntimeerde] gewezen vonnis. Dit betekent gelet op het bepaalde in art. 140 Rv Pro dat dit deel van het vonnis van 12 januari 2024 inmiddels onherroepelijk is geworden.
Met wie heef [appellante] een overeenkomst gesloten?
6.2
In hoger beroep strijden partijen in de eerste plaats over de vraag met wie [appellante] heeft gecontracteerd toen zij een overeenkomst aanging met [eenmanszaak 2] , met alleen [betrokkene] , of ook met [geïntimeerde] .
6.3
Het hof stelt vast dat geen grieven zijn gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat het bij de beantwoording van deze vraag er primair om gaat of [appellante] gerechtvaardigd heeft vertrouwd dat zij een overeenkomst met (ook) [geïntimeerde] is aangegaan. Het hof acht dit toetsingskader gelet op het bepaalde in de art. 3:33 en Pro 3:35 BW (de wils-vertrouwensleer) juist.
6.4
[appellante] stelt dat zij een overeenkomst met (ook) [geïntimeerde] is aangegaan, omdat zij op grond van de gedragingen van [geïntimeerde] voor, tijdens en na het sluiten van de overeenkomst er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [geïntimeerde] namens [eenmanszaak 2] optrad en [geïntimeerde] (dus) verantwoordelijk is voor wat er met haar gebeurd is. Zij stelt dat zij op 1 oktober 2019, nadat zij een reclame van [geïntimeerde] voor [eenmanszaak 2] op Snapchat had gezien, telefonisch in contact is getreden met [geïntimeerde] . Zij heeft vervolgens via WhatsApp met [geïntimeerde] over de beoogde tandheelkundige behandeling gecorrespondeerd, waarbij [geïntimeerde] haar adviseerde over composiet, facings en kronen, prijzen noemde en sprak over de duur van het traject. Vervolgens werd een afspraak gemaakt bij [appellante] thuis voor de aanbetaling en het bespreken van het vervolg, daarbij was ook [betrokkene] aanwezig. Op 14 november 2019 volgde de bevestiging van de afspraken voor het behandelplan door [eenmanszaak 2] : het plaatsen van 20 kronen bij “onze kliniek in Istanboel” voor een bedrag van € 3.500,-. [appellante] mocht als consument daaruit begrijpen dat [geïntimeerde] en [betrokkene] gezamenlijk dit behandeltraject aanboden.
6.5
[geïntimeerde] wijst er daarentegen op dat [appellante] een overeenkomst heeft gesloten met [eenmanszaak 2] , de onderneming van [betrokkene] . [geïntimeerde] heeft geen aandeel in [eenmanszaak 2] en heeft zich ook nooit voorgedaan als (mede)eigenaar. Zij wijst erop dat [appellante] ook veel contact heeft gehad met [betrokkene] . [geïntimeerde] heeft haar eigen onderneming en heeft voor [eenmanszaak 2] slechts promotie gedaan binnen haar netwerk. Zij kreeg voor de aangebrachte klanten provisie van [betrokkene] . [geïntimeerde] meent dat de enige reden dat [appellante] haar in rechte heeft betrokken, is gelegen in het feit dat [betrokkene] geen verhaal biedt, maar dat maakt [geïntimeerde] geen contractspartij in deze zaak. [geïntimeerde] heeft geen concrete adviezen gegeven: ze is geen tandheelkundige en kon [appellante] daarom niet adviseren; ze heeft hooguit gesproken over haar eigen ervaring. [geïntimeerde] onderhield niet het contact met de tandarts, dat deed [betrokkene] . De rol van [geïntimeerde] was slechts het binnenhalen van klanten en het onderhouden van het contact met die klanten. Alleen omdat [appellante] haar bleef lastigvallen, heeft [geïntimeerde] contact opgenomen met [eigenaresse kliniek 1] om tot een oplossing te komen. Dat zij – om ervan af te zijn – aan [appellante] een bedrag van € 1.000,- heeft geboden, maakt dat niet anders, aldus nog steeds [geïntimeerde] .
6.6
Het hof is van oordeel dat gelet op de omstandigheden van het geval [appellante] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij (ook) met [geïntimeerde] een overeenkomst sloot. [geïntimeerde] heeft immers niets aangevoerd op basis waarvan het voor [appellante] duidelijk moest zijn dat niet (ook) zij, maar alleen [betrokkene] handelde onder de naam [eenmanszaak 2] . [appellante] had aanvankelijk alleen contact met [geïntimeerde] . [geïntimeerde] heeft haar toen niet verteld dat zij slechts bemiddelde voor [eenmanszaak 2] en dat dit de onderneming van [betrokkene] was. Uit de omstandigheid dat [geïntimeerde] niet alleen, maar (onaangekondigd) vergezeld van [betrokkene] op 13 november 2019 op huisbezoek kwam om de aanbetaling te innen en de reis door te spreken, heeft [appellante] niet – en zeker niet zonder nadere toelichting – hoeven te begrijpen dat zij met [betrokkene] contracteerde en dat [geïntimeerde] alleen een tussenpersoon was. Gesteld noch gebleken is dat de rolverdeling/samenwerking tussen [geïntimeerde] en [betrokkene] tijdens het huisbezoek uitdrukkelijk aan de orde is geweest. Na dit huisbezoek ontving [appellante] een bevestiging van de behandeling en aanbetaling van [eenmanszaak 2] , zonder dat daarin enige aanwijzing was te vinden, dat dit de onderneming van [betrokkene] was.
6.7
Ook in het vervolgtraject is er geen enkel moment geweest dat [appellante] heeft moeten begrijpen dat zij niet (ook) met [geïntimeerde] contracteerde. [geïntimeerde] en [betrokkene] maakten – zo verklaarde [geïntimeerde] ter zitting – beiden gebruik van het e-mailadres [e-mailadres] , waarmee onder andere de opdrachtbevestiging en het garantiebewijs werden verzonden, zonder dat direct duidelijk was, wie de betreffende e-mail verstuurd had en wie onder “wij” moest worden verstaan. Dit betekent dat het hof er vanuit zal gaan dat [appellante] (ook) met [geïntimeerde] een overeenkomst heeft gesloten, toen zij het aanbod van [eenmanszaak 2] aanvaardde. De omstandigheid dat in Turkije is besloten tot het plaatsen van 24 in plaats van de oorspronkelijk geoffreerde 20 kronen doet aan het vorenstaande niet af. In de offerte was daarmee immers al rekening gehouden:
“Elk volgende kroon 185 euro per tand”
6.8
Een en ander betekent dat niet relevant is hoe de afspraken tussen [geïntimeerde] en [betrokkene] luiden. Dat en hoe [appellante] redelijkerwijze van deze afspraken op de hoogte had moeten zijn, heeft [geïntimeerde] immers niet toegelicht. Een en ander klemt te meer omdat [geïntimeerde] (blijkens haar eigen inschrijving in het handelsregister) een ondernemer is, [appellante] een consument, en de overeenkomst een dienst betreft die digitaal is aangeboden door een bedrijf. Ingevolge het bepaalde in art. 6:230m BW dient de aanbieder van een dergelijke dienst in de precontractuele fase de consument informeren over zijn identiteit en zijn contactgegevens en die van zijn vertegenwoordiger. Dat is in dit geval niet gebeurd, terwijl [geïntimeerde] – die zich intensief met de totstandkoming van de overeenkomst heeft beziggehouden – geacht moet worden bekend te zijn met genoemde informatieplicht.
6.9
Het hof gaat er daarom vanuit dat (ook) [geïntimeerde] contractspartij was van [appellante] . Dit betekent dat het hof in het kader van de devolutieve werking van het hoger beroep de andere stellingen en weren uit de eerste aanleg dient te behandelen.
Hoe is de overeenkomst te duiden?
6.1
[appellante] is van mening dat zij met [eenmanszaak 2] een geneeskundige behandelovereenkomst als bedoeld in art. 7:446 BW Pro heeft gesloten. [eenmanszaak 2] heeft immers per mail van 14 november 2019 aan [appellante] bevestigd dat zij op 23 november 2019 behandeld zou gaan worden. Als bijlage was een document bijgesloten dat de tussen partijen gemaakte afspraken vermeld: het plaatsen van 20 kronen. Verder worden er in de e-mail adviezen gegeven over de gang van zaken rondom de behandeling. [eenmanszaak 2] heeft zich dus opgesteld als hulpverlener in de zin van art. 7:446 BW Pro. In lijn hiermee heeft zij ook bij e-mail van 13 december 2019 een schriftelijke garantie afgegeven op de kronen. Verder is voldaan aan het vereiste dat het moet gaan om handelingen op het gebied van de geneeskunst: het plaatsen van kronen. Ook handelingen met een zuiver cosmetisch oogmerk kunnen vallen onder het gebied van de geneeskunst, aldus [appellante] .
6.11
[geïntimeerde] ontkent dat sprake was van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. [geïntimeerde] is geen arts en [eenmanszaak 2] heeft geen eigen kliniek of tandartsen in Turkije. [eenmanszaak 2] is een reisorganisatie. Er is sprake van een bemiddelings- en een reisovereenkomst. Voor de tandheelkundige behandeling heeft [eenmanszaak 2] enkel bemiddeld. Dit is duidelijk met [appellante] besproken. [eenmanszaak 2] heeft slechts op zich genomen het verblijf en de transfers tijdens de behandeling te verzorgen, en waar nodig heeft [betrokkene] getolkt bij de contacten tussen [appellante] en de behandelaar. De communicatie tussen [appellante] en [eenmanszaak 2] over de behandeling is in wezen een berichtenwisseling tussen [appellante] en de kliniek zelf, waarbij [eenmanszaak 2] als tussenpersoon heeft gefungeerd. [appellante] heeft zich laten behandelen door de kliniek en heeft vóór die behandeling met die kliniek een overeenkomst getekend en een bedrag van € 3.600,- betaald. Ook de garantie moet worden gezien als door de kliniek gedaan.
6.12
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de omstandigheden van het geval (de adviezen omtrent de medische behandeling, de opdrachtbevestiging voor het plaatsen van 20 kronen, het spreken over “onze kliniek”, de schriftelijke garantie van [eenmanszaak 2] ) niet anders dan worden geoordeeld dan dat het plaatsen van kronen onderdeel was van de overeenkomst. Nergens is door [eenmanszaak 2] immers een duidelijk voorbehoud gemaakt dat zij niet instond voor de plaatsing van de kronen, maar dat [appellante] daartoe een afzonderlijke overeenkomst diende aan te gaan met de kliniek. [appellante] heeft dan ook in redelijkheid mogen begrijpen dat het plaatsen van de kronen onderdeel was van de overeenkomst met [eenmanszaak 2] , zeker nu [eenmanszaak 2] (zelf, althans niet kenbaar namens de kliniek) haar een schriftelijke garantie heeft verleend op de kronen. Of de overeenkomst daarmee is aan te merken als een geneeskundige behandelovereenkomst kan in het midden blijven. Ook als dat niet zo is, staat immers vast dat [eenmanszaak 2] voor het plaatsen van de kronen een tandarts heeft ingeschakeld, voor wie [eenmanszaak 2] op de voet van art. 6:76 BW Pro op gelijke wijze aansprakelijk is als voor eigen fouten.
Is sprake van een tekortkoming?
6.13
[appellante] stelt – onder verwijzing naar het medisch advies van Jager van 26 januari 2023 – dat [eenmanszaak 2] is tekortgeschoten. De meest aannemelijk oorzaak van de klachten van [appellante] is immers dat de te behandelen tanden en kiezen te fors zijn bijgeslepen, wat leidt tot afsterven van de zenuw en dus kiespijn, en ontstekingen door slecht passende kronen. De werkwijze is niet “state of the art” volgens de Nederlandse tandheelkunde en [appellante] is niet gewaarschuwd voor het risico van wortelkanaalbehandelingen als gevolg van het plaatsen van de kronen. Er is dus geen sprake van “informed consent”.
6.14
[eenmanszaak 2] weerspreekt dat sprake is van een tekortkoming. Nu de overeenkomst een medische component bevat, is het van belang voor ogen te houden dat op een medische hulpverlener een inspanningsverplichting rust en geen resultaatsverplichting. Er bestaat immers altijd de mogelijkheid dat er een complicatie optreedt, of dat een behandeling toch niet tot het gewenste resultaat leidt. De doorslaggevende vraag is of de tandarts als een redelijk handelend vakman heeft opgetreden. Dat kan niet worden vastgesteld op basis van het medisch advies van Jager , welk advies stoelt op onvoldoende informatie. De medisch adviseur concludeert op basis van wazige foto’s, waarvan niet duidelijk is wanneer deze zijn genomen, dat de tanden te veel zijn weggeslepen. Ook de informatie van Gürses geeft geen aanleiding te denken aan een tekortkoming. Gürses rept immers met geen woord over de behandeling bij de kliniek. Daarin wordt enkel aangegeven dat [appellante] pijnklachten had en een wortelkanaalbehandeling heeft gehad. Daarom kan niet worden vastgesteld dat de tandarts niet heeft gehandeld als een redelijk handelend vakman.
6.15
Het hof overweegt als volgt. Wat er ook zij van de kwalificatie van de overeenkomst, of de omstandigheid dat op een medisch hulpverlener in het algemeen een inspanningsverbintenis rust en geen resultaatsverplichting, vaststaat dat de bij [appellante] geplaatste kronen vrijwel direct tot pijnklachten hebben geleid en dat [appellante] binnen enkele maanden 8 wortelkanaalbehandelingen heeft moeten ondergaan. De op 9 maart 2020 ingeschakelde adviserende tandarts zou hebben geconstateerd dat de tanden te ver waren afgeslepen. Dit is zeer aannemelijk, daar – zoals ook toegelicht door de medisch adviseur – door het uitgebreid wegslijpen van tandweefsel er een veel grotere kans is op het afsterven van de zenuw, wat ertoe kan leiden dat aanvullende wortelkanaalbehandelingen nodig zijn. Volgens de medisch adviseur staat wel vast dat te invasief is behandeld. Dat er andere oorzaken denkbaar/aannemelijk zijn voor de klachten van [appellante] na het plaatsen van de kronen is door [geïntimeerde] ook niet gesteld.
6.16
Daar komt bij dat [eenmanszaak 2] / [geïntimeerde] [appellante] er niet op heeft gewezen dat de aangeboden behandeling zeer ingrijpend zou zijn. Zo had zij er op moeten wijzen dat het grootschalig wegslijpen van gezond tandweefsel om er een kroon op te plaatsen en zo een “mooi”, “stalend” gebit te creëren, naar Nederlandse maatstaven niet “state of the art” is. Dit vanwege de veel grotere kans op het afsterven van de zenuw, wat gepaard kan gaan met chronische of acute pijn en het risico dat in de loop der jaren een wortelkanaalbehandeling nodig is. Voorts had zij erop moeten wijzen dat er dan een restauratiecyclus kan ontstaan, die eindigt met het verlies van tanden en kiezen. Dat had wel van haar mogen worden verwacht, zeker nu [eenmanszaak 2] haar diensten aanbiedt in Nederland en stelt dat “onze” tandarts “jaren ervaring in het plaatsen van deze kronen” en de resultaten “geweldig” zijn.
6.17
Het verweer van [geïntimeerde] dat [appellante] deze risico’s heeft aanvaard door ondertekening van “de patiëntenkaart zonder garantie” in de kliniek wordt door het hof verworpen. Niet alleen wordt dit door [appellante] ontkend, maar ook als dit wel zo zou zijn, kan dat gegeven de omstandigheden ( [appellante] was al in Turkije, ze had van [eenmanszaak 2] al de bevestiging dat behandeling mogelijk was en dat [eenmanszaak 2] instaat “voor kwaliteit en garantie voor de laagste prijs”, [appellante] had de reis en de behandeling al betaald en begreep bovendien de Turkse taal onvoldoende) haar niet in redelijkheid worden tegengeworpen.
6.18
Dit betekent dat het hof van oordeel is dat [eenmanszaak 2] en dus ook [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst, zowel doordat de ingeschakelde tandarts een beroepsfout heeft gemaakt als doordat [appellante] onvoldoende is voorgelicht over de mogelijke gevolgen van de behandeling. De gevraagde verklaring voor recht kan daarom worden toegewezen.
Voorschot op de schade
6.19
Dit betekent ook dat [geïntimeerde] gehouden is de schade die [appellante] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van deze tekortkoming te vergoeden (art. 6:74 BW Pro). Deze schade bestaat uit vermogensschade (materiele schade) en – omdat [appellante] lichamelijk letsel heeft opgelopen – smartengeld (immateriële schade) (art. 6:106 BW Pro). [appellante] vordert echter niet deze schade in deze procedure te begroten, zij vordert slechts een voorschot.
6.2
Op verzoek van het hof heeft [appellante] ten behoeve van de mondelinge behandeling een voorlopige schadestaat overgelegd. Hierop zijn de volgende bedragen vermeld:
kosten behandeling door Gürses € 2.165,80
reis- en verblijfkosten Turkije € 1.531,61
smartengeld € 4.500,-
kosten medisch adviseur € 405,35
wettelijke rente over deze posten
€ 2.219,22
totaal € 10.821,98
6.21
Ter zitting heeft [appellante] verklaard dat haar klachten nog niet zijn verholpen: diverse kronen zitten (opnieuw) los. Er zullen dus uiteindelijk nog meer behandelingen nodig zijn. Een eindtoestand is niet bereikt.
6.22
[geïntimeerde] bestrijdt de diverse door [appellante] opgevoerde schadeposten. Zij stelt daartoe dat de kosten van Gürses niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat [appellante] er zelf voor heeft gekozen niet terug te gaan naar de kliniek, hoewel dat haar herhaaldelijk is aangeboden. De reis- en verblijfkosten dienen te worden afgewezen omdat [appellante] deze niet heeft gestaafd met tickets- en aankoopbewijzen. Bovendien heeft zij al twee maal eerder bedragen overgemaakt aan [appellante] . Het gevorderde bedrag aan smartengeld vindt [geïntimeerde] extreem hoog, dat zou hoogstens € 750,- moeten bedragen. De kosten van het medisch advies kunnen niet worden vergoed, omdat dit advies stoelt op onvoldoende informatie, en de kosten vallen onder art. 241 Rv Pro, aldus nog steeds [geïntimeerde] .
6.23
Het hof overweegt dat volgens vaste jurisprudentie als uitgangspunt voor de berekening van de omvang van de vermogensschade dient dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven. Aan [geïntimeerde] moet worden toegegeven dat over de hypothetische situatie zonder de schadeveroorzakende gebeurtenis weinig te zeggen is. Immers, hoe de toestand was van het gebit van [appellante] op het moment dat zij zich bij [eenmanszaak 2] meldde – hetgeen voor de hypothetische situatie, waarin de schadeveroorzakende gebeurtenis is weggedacht, van belang is – blijkt niet uit het dossier. Het enige wat vaststaat is, dat [appellante] op het moment dat zij zich tot [geïntimeerde] wendde al gebitsproblemen had, zodat daar ook in de hypothetische situatie voor de toekomst rekening mee moet worden gehouden. Daar komt bij dat ook de toekomst van [appellante] ‘huidige’ gebit ongewis is. Immers, afgewacht moet worden welke behandelingen in de toekomst nog nodig zijn om in ieder geval een pijnvrij gebit te hebben. Dit betekent dat het op dit moment voor het hof niet goed mogelijk is de (toekomstige) schade te begroten. Wat naar het oordeel van het hof wel voldoende vaststaat is dat de door [appellante] tot op heden geleden schade in causaal verband staat met de in de kliniek ondergane (te invasieve) behandeling.
6.24
Die schade bestaat in ieder geval uit de reis- en verblijfskosten voor de tweede tot en met vierde reis naar Turkije. De tweede en derde keer was dat om de klachten te laten verhelpen bij de kliniek, de vierde keer is [appellante] afgereisd naar de kliniek in Kayseri, omdat zij – begrijpelijkerwijs – de kliniek niet meer vertrouwde. De omstandigheid dat [appellante] niet meer beschikt over de tickets en betaalbewijzen, maakt niet dat deze schade niet toewijsbaar is, maar leidt ertoe dat de rechter deze schade dient te schatten. Niet weersproken is immers dat [appellante] de gestelde reizen heeft moeten maken. De hiermee samenhangende kosten schat het hof in redelijkheid op een bedrag van € 1.530,-. Bij zijn schatting is het uitgangspunt van het hof dat dit de nog niet door [geïntimeerde] vergoede kosten betreft, omdat de door [geïntimeerde] betaalde kosten de extra hotelovernachtingen en de terugreis na de oorspronkelijke behandeling betroffen.
6.25
Ook de kosten van de behandeling door Gürses kunnen worden gekwalificeerd als door [appellante] als gevolg van de tekortkoming van [geïntimeerde] geleden schade. Dat [appellante] er zelf voor heeft gekozen zich tot Gürses te wenden, in plaats van – opnieuw en kosteloos – tot de kliniek, maakt dit niet anders. Zoals hiervoor al overwogen, was het gelet op de eerdere ervaringen van [appellante] met de kliniek, invoelbaar dat zij het vertrouwen in de kliniek had verloren. In redelijkheid kon daarom niet van haar worden verlangd dat zij zich opnieuw tot de kliniek zou wenden. Dat een bedrag van 19.000 Turkse Lira correspondeert met een bedrag van € 2.165,80 is door [geïntimeerde] niet weersproken. Het hof gaat hiervan dus uit. Dit betekent dat ook dit bedrag als schade toewijsbaar is.
6.26
Ook de kosten van het medisch advies zijn toewijsbaar, als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (art. 6:96 lid 2 sub b BW Pro). Hieraan doet niet af dat de medisch adviseur niet beschikte over alle benodigde informatie.
6.27
Ten aanzien van het smartengeld overweegt het hof het volgende. Het hof stelt voorop dat bij de naar billijkheid toe te kennen immateriële schadevergoeding van artikel 6:106 aanhef Pro en onder b BW moet worden aangesloten bij wat Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen hebben toegewezen (met inachtneming van de inflatie), waarbij in gevallen van lichamelijk letsel de aard en de ernst van het letsel de aanknopingspunten zijn voor de vergelijking met andere gevallen en er daarnaast rekening kan worden gehouden met de duur van het lijden, concrete uitwerkingen op het leven van het slachtoffer, de aard van de aansprakelijkheid en de mate van verwijtbaarheid
6.28
[appellante] stelt dat zij meer dan één jaar pijn heeft gehad aan haar gebit. Zij kon niet normaal eten en had koorts als gevolg van ontstekingen. Ze vertoonde zich als gevolg hiervan niet meer tijdens sociale activiteiten. Ze heeft meermaals naar Turkije moeten reizen om zich te laten behandelen en heeft door die behandelingen een trauma opgelopen voor de tandarts. Verder wijst [appellante] op het risico dat zij door het fors slijpen van de tanden, haar gebit zal verliezen en dient te vervangen door een kunstgebit. Haar kronen zitten op dit moment opnieuw los. Volgens [appellante] beschikt zij als gevolg van de behandeling in de kliniek niet meer over vier gezonde voortanden. Deze zijn in de kliniek te ver afgeslepen. Dit leidt volgens de Rotterdamse Schaal hoofdstuk 9.1 onder f, categorie II tot een smartengeld van € 6.000 tot € 8.000, aldus [appellante] .
6.29
Het hof overweegt dat (ook) bij de voorlopige begroting van het smartengeld zich wreekt dat onvoldoende bekend is over de toestand van het gebit van [appellante] toen zij zich tot [eenmanszaak 2] wendde. Ook is onvoldoende duidelijk wat de huidige toestand van het gebit van [appellante] is en wat de toekomstige risico’s van de onoordeelkundige behandeling zijn. Het hof acht echter voldoende aannemelijk dat [appellante] als gevolg van de onoordeelkundige behandeling onnodig pijn heeft geleden en ongemak heeft ondergaan. Het hof zal voor de bepaling van het voorschot, dus rekenen met een conservatief bedrag aan smartengeld, uitgaande van de overige omstandigheden van het geval, te weten € 1.500,-.
6.3
De door [appellante] als gevolg van de tekortkoming van [geïntimeerde] tot op heden geleden schade bedraagt op grond van het vorenstaande in ieder geval (€ 1.530,- + € 2.165,80 + € 405,35 + € 1.500,- =) € 5.601,15, vermeerderd met wettelijke rente. Op basis hiervan zal het hof een voorschot van € 6.500,- toewijzen.
Bewijsaanbod
6.31
[geïntimeerde] heeft bewijs aangeboden van haar stellingen “indien en voor zover daartoe een gehoudenheid bestaat”. Het hof gaat hieraan voorbij, omdat het bewijsaanbod niet voldoet aan de daaraan in hoger beroep te stellen eisen en bovendien geen sprake is van stellingen die – indien bewezen – tot een ander oordeel zouden leiden.
Conclusie en proceskosten
6.32
De conclusie is dat het hoger beroep van [appellante] slaagt. Daarom zal het hof het vonnis vernietigen. Het hof zal [geïntimeerde] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep.
6.33
Het hof begroot de proceskosten in eerste aanleg aan de zijde van [appellante] op:
dagvaarding € 104,02
griffierecht € 244,-
salaris advocaat € 660,-
nakosten € 132,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.140,02
en de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van [appellante] op:
dagvaarding € 136,72
griffierecht € 349,-
salaris advocaat € 2.580,- (2 punten × tarief II)
nakosten € 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 3.254,72

7.Beslissing

Het hof:
- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 februari 2024;
en opnieuw rechtdoende
  • verklaart voor recht dat [geïntimeerde] hoofdelijk (met [betrokkene] ) aansprakelijk is voor de door [appellante] geleden en nog te lijden schade;
  • veroordeelt [geïntimeerde] hoofdelijk (met [betrokkene] ) aan [appellante] een bedrag te betalen van € 6.500,- bij wijze van voorschot op de door haar geleden schade;
  • veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de eerste aanleg, aan de zijde van [appellante] begroot op € 1.140,02;
  • veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [appellante] begroot op € 3.254,72;
  • bepaalt dat als [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
  • verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J.M. Verburg, M.J. van der Ven en D.A. Schreuder en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier.