Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 7 april 2025, gericht tegen Staat (als geïntimeerde sub a in de hoofdzaak) en tegen na te noemen stichting De Nieuwe Rentmeester en het Consortium (als geïntimeerden sub b tot en met e in de hoofdzaak), waarmee KNSF in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 8 januari 2025;
- de incidentele vordering ex artikel 195 Rv Pro van 12 augustus 2025, gericht tegen de Staat;
- de akte van de Staat van 26 augustus 2025 houdende antwoord in het incident.
3.Aanleiding voor dit incident
4.De vordering in het incident
5.Beoordeling van de vordering in het incident
6.Beslissing
- wijst de vordering van KNSF af;
- veroordeelt KNSF in de kosten van de procedure in het incident, aan de zijde van de Staat tot op heden begroot op € 1.392,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als KNSF deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als KNSF niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, KNSF de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als KNSF deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart de veroordeling tot betaling van de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van 10 maart 2026 voor memorie van grieven aan de zijde van KNSF;
- houdt iedere verdere beslissing aan.