Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:1733

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
200.365.578/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 32 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verbetering en aanvulling beschikking internationale kinderontvoering

In deze zaak betreffende internationale kinderontvoering heeft het Gerechtshof Den Haag op 12 mei 2026 een beschikking gegeven. De voorlopige voogdes verzocht om herstel van de beschikking wegens een vermeende kennelijke fout in het dictum, namelijk het ontbreken van een expliciete opdracht aan de vader om het kind in Polen aan de moeder over te dragen. Tevens werd verzocht om aanvulling van de beschikking.

Het hof heeft de voorlopige voogdes niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken, omdat zij geen partij is in de procedure en derhalve geen verzoek kan indienen op grond van artikel 31 en Pro 32 Rv. De moeder, wel partij in de procedure, verzocht eveneens om verbetering van het dictum, maar het hof oordeelde dat het dictum geen kennelijke fout bevatte en wees het verzoek af.

Ook het verzoek tot aanvulling van de beschikking werd afgewezen, omdat het hof niet heeft verzuimd te beslissen op een onderdeel van het in hoger beroep verzochte. De vader heeft niet gereageerd op de verzoeken. De beschikking bleef ongewijzigd en het hof verklaarde de voorlopige voogdes niet-ontvankelijk en wees het verzoek van de moeder af.

Uitkomst: Verzoeken tot verbetering en aanvulling van de beschikking worden afgewezen en de voorlopige voogdes wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie
zaaknummer : 200.365.578/01
rekestnummer rechtbank : FA RK 25-9315
zaaknummer rechtbank : C/09/695887
beschikking van de meervoudige kamer van 12 mei 2026 op de verzoeken ex artikel 31 en Pro artikel 32 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
inzake
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda,
tegen
[de moeder] ,
wonende te Polen,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. Y.M. Schrevelius te Rotterdam.
Als belanghebbende is aangemerkt:
[de bijzondere curator] ,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
in haar hoedanigheid van bijzondere curator over het hierna te noemen kind [de minderjarige] ,
hierna te noemen: de bijzondere curator.
Als informant is aangemerkt:
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna ook te noemen: de voorlopige voogdes.
In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:
de raad voor de kinderbescherming, regio Haaglanden,
hierna te noemen: de raad.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Het hof heeft in voormelde zaak op 8 april 2026 een beschikking gegeven (hierna: de beschikking).
1.2
Het hof heeft kennisgenomen van de brief van de voorlopige voogdes van 30 april 2026, bij het hof ingekomen op diezelfde datum, waarin om een herstelbeschikking wordt verzocht nu er volgens de voorlopige voogdes sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De voorlopige voogdes stelt dat het hof heeft verzuimd om in het dictum op te nemen dat de vader [de minderjarige] in Polen naar de moeder dient te brengen, terwijl dit wel in rechtsoverweging 5.32 van de beschikking is vermeld. Op die grond verzoekt de voorlopige voogdes wijziging van het dictum van de beschikking op de voet van artikel 31 Rv Pro. Voorts verzoekt de voorlopige voogdes dat, voor zover het hof meent dat de beschikking moet worden aangevuld als bedoeld in artikel 32 Rv Pro, de grondslag voor haar verzoek artikel 32 Rv Pro is. Verder schrijft de voorlopige voogdes dat de vader zich op het standpunt stelt dat hij [de minderjarige] naar Polen dient terug te brengen maar niet naar de moeder in Polen omdat dit niet in het dictum van de beschikking staat.
1.3
Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek van de voorlopige voogdes tot verbetering dan wel aanvulling van de beschikking.
1.4
Bij e-mailbericht van 4 mei 2026 heeft de advocaat van de moeder laten weten dat de wijze waarop het dictum is geformuleerd niet ongebruikelijk is. Desondanks heeft de moeder, ter voorkoming van verdere vertraging bij de tenuitvoerlegging van de beschikking, geen bezwaar tegen toewijzing van het verzoek tot herstel van de beschikking. De advocaat van de moeder verzoekt het hof dan ook om een herstelbeschikking te geven, waarin expliciet wordt vermeld dat de vader gehouden was om uiterlijk 22 april 2026 [de minderjarige] naar Polen te brengen en aldaar aan de moeder af te geven. In het huidige dictum staat immers niet expliciet dat [de minderjarige] in Polen aan zijn moeder diende te worden overgedragen, aldus de advocaat van de moeder.
1.5
Van de zijde van de vader is binnen de daarvoor gestelde termijn geen reactie ontvangen op het verzoek van de voorlopige voogdes tot verbetering dan wel aanvulling van de beschikking.

2.De beoordeling

Verzoek tot verbetering ex artikel 31 Rv Pro
2.1
Op grond van artikel 31 Rv Pro verbetert de rechter te allen tijde op verzoek van een partij dan wel ambtshalve in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Nu de voorlopige voogdes geen partij is in de onderhavige zaak en daarom ingevolge artikel 31 Rv Pro geen verzoek kan indienen, zal het hof de voorlopige voogdes in haar verzoek niet-ontvankelijk verklaren.
2.2
Het hof is van oordeel dat de moeder wel ontvankelijk is in haar verzoek, nu zij (de verwerende) partij is in deze procedure. Het hof overweegt ten aanzien van haar verzoek als volgt. Het hof is van oordeel dat het verzoek tot verbetering van het dictum dient te worden afgewezen, omdat het dictum geen kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv Pro bevat.
Verzoek tot aanvulling ex artikel 32 Rv Pro
2.3
Ingevolge artikel 32 Rv Pro vult de rechter te allen tijde op verzoek van een partij zijn vonnis, arrest of beschikking aan indien hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde of verzochte. Het hof zal de voorlopige voogdes, om dezelfde reden als vermeld in rechtsoverweging 2.1, ook ten aanzien van dit verzoek niet-ontvankelijk verklaren.
2.4
Voor zover de moeder met haar verzoek om het wijzen van een herstelbeschikking, naast een verzoek ex artikel 31 Rv Pro, ook een verzoek ex artikel 32 Rv Pro heeft bedoeld, overweegt het hof als volgt. Dit verzoek wordt afgewezen, omdat het hof niet heeft verzuimd te beslissen op een onderdeel van het in hoger beroep verzochte.
2.5
Dit alles leidt tot de volgende beslissing.

3.De beslissing

Het hof:
verklaart de voorlopige voogdes niet-ontvankelijk in haar verzoek tot verbetering dan wel aanvulling van de beschikking;
wijst af het verzoek van de moeder tot verbetering dan wel aanvulling van de beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mrs. I. Reijngoud, A.A.F. Donders en P.M.M. Mostermans, bijgestaan door de griffier, en is op 12 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.