Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Nationale Bond Overheidszaken,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 27 augustus 2025, waarmee NBO in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 30 juli 2025, en waarin de grieven tegen dat vonnis zijn opgenomen;
- de memorie van antwoord van de Staat;
- de bijlagen 11-14 die NBO ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
NBO
“het streven naar een werkelijk rechtvaardig en werkelijk democratisch Nederland, het bewerkstelligen dat de belangen van de Nederlandse bevolking vanuit het mensenrecht en het burgerrecht alsmede vanuit de politieke besluitvorming weer centraal komen te staan.”Volgens de statuten tracht NBO dit doel onder meer te bereiken door voor de deelnemende leden massa- of individuele claimacties en gerechtelijke procedures te voeren.
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
good governancebij NBO heeft te gelden dat zij inmiddels maatregelen heeft genomen om die te waarborgen.
6.Beoordeling in hoger beroep
Inleidende opmerking
“het streven naar een werkelijk rechtvaardig en werkelijk democratisch Nederland, het bewerkstelligen dat de belangen van de Nederlandse bevolking vanuit het mensenrecht en het burgerrecht alsmede vanuit de politieke besluitvorming weer centraal komen te staan.”)voldoet niet aan de eisen die art. 3:305a BW stelt aan de omschrijving van de te behartigen belangen. De statuten moeten voldoende duidelijk maken welke concrete belangen de rechtspersoon beoogt te behartigen, zodat kan worden getoetst of de ingestelde vordering binnen die doelstelling valt en of sprake is van bundelbare, gelijksoortige belangen. De formulering is daarvoor te algemeen en te abstract. Begrippen als “een werkelijk rechtvaardig en werkelijk democratisch Nederland” en “de belangen van de Nederlandse bevolking” missen een afgebakende, juridisch hanteerbare inhoud en laten in het midden om welke specifieke rechten, belangen of groepen het gaat. Nu de doelomschrijving zo ruim is geformuleerd dat in feite iedere denkbare maatschappelijke kwestie daaronder kan worden gebracht, ontbreekt een zinvolle begrenzing van de processuele bevoegdheid. Dit maakt het voor de rechter onmogelijk om te beoordelen of een specifieke vordering daadwerkelijk binnen het statutaire doel valt.
.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 30 juli 2025;
- veroordeelt NBO in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de Staat begroot op € 3.596,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als NBO deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als NBO niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, NBO de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als NBO deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskostenveroordeling betreft;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.