In hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter is de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk vervoeren van ongeveer 98 kilogram hasjiesj. De advocaat-generaal en de verdediging hadden een afdoeningsvoorstel gedaan, waarin zij een strafregeling overeenkwamen die het hof moest beoordelen.
Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte vrijwillig en bewust heeft ingestemd met het voorstel, maar oordeelt dat de voorgestelde straffen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het feit. Het hof baseert dit onder meer op landelijke oriëntatiepunten die voor het aanwezig hebben van 25 tot 250 kilo softdrugs een gevangenisstraf van twaalf maanden als uitgangspunt hanteren.
De argumenten van de advocaat-generaal en verdediging, zoals tijdsbesparing en ouderdom van de zaak, overtuigen het hof niet. Ook eerdere veroordelingen van de verdachte wegen mee. Het hof concludeert dat het afdoeningsvoorstel onvoldoende onderbouwd is en wijkt ervan af.
Daarom beveelt het hof de heropening van het onderzoek, waarbij de verdachte opnieuw in de gelegenheid wordt gesteld zijn verdedigingsrechten uit te oefenen. De zaak wordt geschorst en op een later tijdstip voortgezet.