Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 18 augustus 2021, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2021 (hierna: het vonnis);
- de memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, van [appellant] ;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlagen;
- de bijlagen die [appellant] op 23 januari 2026 en 2 februari 2026 heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
7.Beslissing
- de gevorderde verklaring voor recht dat [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verbintenissen jegens [appellant] is afgewezen;
- de veroordeling tot schadevergoeding is afgewezen; en,
- [appellant] in de proceskosten in conventie is veroordeeld;
- verklaart voor recht dat [geïntimeerde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op haar rustende verbintenissen jegens [appellant] ;
- veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van schadevergoeding voor gemiste huurinkomsten ten gevolge van de in 6.12 beschreven tekortkoming, welke schade dient te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend volgens de wet;
- veroordeelt [geïntimeerde] tot terugbetaling aan [appellant] van het bedrag dat hij aan haar op grond van het vonnis van de rechtbank in conventie heeft betaald, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag der algehele voldoening;
- compenseert de proceskosten in eerste aanleg in conventie en de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- verklaart de veroordelingen in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.