Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 17 juli 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 april 2024, met bijlagen; in de dagvaarding zijn de bezwaren (grieven) tegen het vonnis opgenomen;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerden], met daarin opgenomen een incidenteel hoger beroep, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [appellant] in het incidenteel hoger beroep.
3.Feitelijke achtergrond
of zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen (…)”.
de benadeelde positie van de kopende partij tijdens de onderhandelingen” niet langer het bedrag van € 7.500,- hoefden te betalen. Dit is vastgelegd in een e-mail van [geïntimeerde 1] van 21 januari 2023, waarmee [appellant] heeft ingestemd.
17:18 [appellant]: Alle onderdelen die door ons gedaan zijn zijn waterdicht, div aansluitingen hebben we nagelopen
bedankt voor de berichten, fijn om dit te lezen. Dan heb ik er verder ook alle vertrouwen in dat de legalisering confirm onze afspraken zsm in orde wordt gemaakt.
17:39 [geïntimeerde 1]: Helder verhaal. Wij horen graag wanneer het opgelost is en confirm afspraken is gelegaliseerd bij de notaris. Tot die tijd wordt de overdracht uitgesteld.”
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
afhankelijk [is] van de bereidwilligheid van de koper om nog even te wachten mocht 1 maart niet worden gehaald”. Dat wijst er niet op dat [appellant] er op dat moment van uitging dat [geïntimeerden] er mee hadden ingestemd dat hij meer tijd zou krijgen voor de nakoming van zijn verplichting. Bij e-mail van 21 maart 2023 heeft [appellant] [geïntimeerden] gevraagd of zij ermee konden instemmen om de levering van de woning niet langer uit te stellen omdat de lekkage “
sowieso” zou worden hersteld. Daarop hebben [geïntimeerden] nog dezelfde dag bij e-mail afwijzend gereageerd. In deze e-mail schrijven zij dat zij eerst de lekkage opgelost willen zien en de levering ook niet kan plaatsvinden voordat de erfdienstbaarheid is gevestigd. [appellant] heeft vervolgens bij e-mail van 22 maart 2023 geschreven dat hij het standpunt van [geïntimeerden] begrijpt. Uit deze e-mailwisseling kan niet worden afgeleid dat [geïntimeerden] (alsnog) hebben ingestemd met uitstel voor de nakoming van de verplichting van [appellant] om deze zaken te regelen en (vrijwillig) uitstel van de levering hebben verleend. Bij e-mail van 20 april 2023 schrijft [appellant] dat hij uit het WhatsAppbericht van 22 februari 2023 om 17.39 uur heeft opgemaakt dat [geïntimeerden] akkoord gingen met uitstel van de levering en verzoekt hij [geïntimeerden] te bevestigen dat zij akkoord zijn met levering op een latere datum dan 1 maart 2023. Uit het feit dat [geïntimeerden] niet op deze e-mail hebben gereageerd, valt evenmin af te leiden dat zij met [appellant]’s uitleg van het desbetreffende WhatsApp bericht hebben ingestemd. Het uitblijven van een bevestiging wijst eerder op het tegendeel.
al het gedoe”. Het is het hof niet duidelijk geworden wat dat ‘gedoe’ precies was. [geïntimeerden] zijn volgens de tijdsbalk die zij hebben overgelegd kort na hun eerste bod geïnformeerd over de lekkage en de uitbouw. Dat [appellant] in een procedure was verwikkeld met de VvE is pas later aan het licht gekomen, maar [appellant] heeft toegezegd deze procedure te staken. [geïntimeerden] hebben dus € 7.500,- minder voor het appartement hoeven te betalen dan aanvankelijk overeengekomen, zonder dat daar een wezenlijk nadeel voor [geïntimeerden] tegenover heeft gestaan. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat [geïntimeerden] daardoor al enigszins worden gecompenseerd voor de schade die zij hebben geleden als gevolg van de vertraagde levering. Het hof acht de door de rechtbank toegepaste matiging van € 8.000,- om die reden billijk, mede gezien het feit dat de makelaar [geïntimeerden] nog eens € 1.000,- heeft betaald als compensatie voor de meetfout.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 april 2024;
- compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.