De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor voorbereidingshandelingen met harddrugs en precursoren. In hoger beroep zijn procesafspraken gemaakt tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, waarbij het hof het vonnis bevestigde behalve de straf die werd herzien.
Het hof oordeelde dat de overeengekomen straf van 37 maanden en 23 dagen gevangenisstraf, waarvan twee derde reeds in voorarrest is doorgebracht, in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van internationale handel, productie en vervoer van methamfetamine en MDMA.
Het hof nam mee dat de verdachte niet eerder was veroordeeld, inmiddels werkt en zorgt voor zijn kind. Tegelijkertijd werd benadrukt dat de handel in drugs ernstige maatschappelijke schade veroorzaakt. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat de verdachte de straf nog niet volledig had uitgezeten.
De teruggave van een in beslag genomen kluis werd gelast. De straf zal volledig binnen de penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met aftrek van het voorarrest. De verdachte deed afstand van verdere onderzoekswensen en verweer.