2.7.De verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de verdachte, als dat van belang is voor het toezicht.
3. Als de reclassering dat nodig vindt en de verdachte daarmee instemt, kan de verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
4. De verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
5. De verdachte laat zich, zo lang als de reclassering nodig vindt, opnemen in en behandelen in een zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek en agressiebeheersing. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
6. De verdachte laat zich behandelen door een nader te bepalen zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek en agressiebeheersing. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
7. De verdachte verblijft, zo lang als de reclassering dat nodig vindt, in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
8. De verdachte gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet meewerken aan controles. Dit kan zijn urineonderzoek, ademonderzoek of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
9. De verdachte gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet meewerken aan controles. Dit kan zijn urineonderzoek, ademonderzoek of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
10. De verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van (on)betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
Geeft de reclassering opdracht aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden.
Beveelt dat de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 254,13 (tweehonderdvierenvijftig euro en dertien cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 254,13 (tweehonderdvierenvijftig euro en dertien cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 2 (twee) dagen.Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
4 december 2023.
Wijst afde vordering van de officier van justitie strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 14 november 2023, parketnummer 10-201491-23, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - voor het overige.
Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Dit arrest is gewezen door
mr. TH.W.H.E. Schmitz, als voorzitter,
mr. B.P. de Boer en mr. A.M. Hol, leden,
in bijzijn van de griffier mr. T.A. van den Berg.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 juni 2026.
Mr. A.M. Hol is buiten staat dit arrest te ondertekenen.