Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Procesgang
Omvang van het hoger beroep
Tenlastelegging
Vordering van de advocaat-generaal
Het vonnis waarvan beroep
printscreens” van vermeend berichtenverkeer tussen hem en aangeefster laat het hof buiten beschouwing. De authenticiteit van die berichten kan niet voldoende worden vastgesteld, terwijl aangeefster ten overstaan van de rechter-commissaris heeft ontkend dergelijke berichten te hebben verstuurd. Ook overigens ziet het hof in hetgeen door de verdediging in dit verband is aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster.
Bewezenverklaring
één ofmeerdere momenten in
of omstreeksde periode van 1 oktober 2020 tot en met 29 januari 2022 te 's-Gravenhage, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt en
/ofdie een kind was dat verdachte verzorgde of opvoedd
de als behorend tot zijn gezin
en/of die aan de zorg of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd, buiten echt,
een of meerontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het
/ofvagina,
althans zijn penis door haar laten betasten,
/ofpenis in haar vagina,
althans tegen haar clitoris, althans tussen haar schaamlippen,
/of
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Strafmotivering
- het misbruik is begonnen op jonge leeftijd van het slachtoffer;
- de verdachte heeft in zijn rol als stiefvader misbruik gemaakt van zijn overwicht op en het vertrouwen van het slachtoffer;
- het grote leeftijdsverschil tussen de verdachte en het slachtoffer van bijna 30 jaar;
- het misbruik heeft plaatsgevonden over een periode van ruim een jaar en met een regelmaat van ongeveer elke 2 weken;
- de laconieke houding die de verdachte kennelijk had met betrekking tot het risico van het overdragen van eventuele soa’s en het ontstaan van een eventuele zwangerschap door onbeschermde seks te hebben met het slachtoffer;
- de omstandigheid dat de verdachte het slachtoffer heeft ontmaagd;
- de ontucht heeft bijzonder schadelijke gevolgen gehad voor het slachtoffer en haar moeder en hun vertrouwen is in ernstige mate geschaad;
- de verdachte neemt geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden en geeft het slachtoffer de schuld van hetgeen is gebeurd.
Verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte
Vorderingen tot schadevergoeding van [slachtoffer] en [benadeelde partij]
Voor een eventuele hoger beroep procedure vordert Asia een vergoeding voor de nader te onderbouwen schade een bedrag van € 25.000,00. Dit is schade die nog niet is gevorderd, dan wel niet bekend is, dan wel toekomstig is. Het betreft zowel materiële- als immateriële schade.”
eerst in hoger beroep opgeven van een bedrag ter zake van een pro memorie post heeft te gelden als verhoging van het bedrag van de in eerste aanleg opgevoerde schadepost tengevolge waarvan de grenzen van de eerste vordering in strijd met art. 421, derde lid, Sv worden overschreden.” Het hof is van oordeel dat door de algemene omschrijving bij de post “Nader te onderbouwen schade” deze post enkel van een pro memorie post verschilt, doordat er een (tot op zekere hoogte willekeurig) bedrag bij genoemd is. Dat is echter niet voldoende.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]
niet-ontvankelijkzal worden verklaard.
niet-ontvankelijkworden verklaard.
niet-ontvankelijkworden verklaard.
niet-ontvankelijkworden verklaard.
€ 519,78zijn gemaakt en deze kosten vormen een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen.
niet-ontvankelijkworden verklaard, voor zover het de nader onderbouwde schade in de vorm van het eigen risico van 2025 en 2026 betreft.
€ 329,60worden toegewezen.
niet-ontvankelijkworden verklaard.
€ 849,38worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 januari 2024 (de datum van de inhoudelijke behandeling in eerste aanleg) tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige zal de benadeelde partij
niet-ontvankelijkworden verklaard. Deze schade kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
€ 20.000,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor wat de betreft de hoogte van de schadevergoeding heeft het hof alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, alsmede de onderbouwing van de vordering in acht genomen. Voorts heeft het hof gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Daarbij heeft het hof enkel gekeken naar de immateriële schade die het rechtstreekse gevolg is van het bewezen verklaarde feit en dus niet ook naar de immateriële schade als gevolg van de zwangerschap, de bevalling en de adoptie. Een en ander gelet op de onaantastbare vrijspraak, zoals eerder overwogen. Gelet op de opbouw van de ernst van de ontuchtige handelingen, heeft het hof de ingangsdatum van de wettelijke rente bepaald op de einddatum van de bewezen verklaarde periode.
niet-ontvankelijkworden verklaard. Deze schade kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
niet-ontvankelijkverklaren. Deze schade kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]
Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]
€ 81,34worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dat bedrag vanaf 25 januari 2024 (de datum van de inhoudelijke behandeling in eerste aanleg) tot aan de dag der algehele voldoening.
niet-ontvankelijkzal worden verklaard.
redenatie van de rechtbank, dat aansluiting moet worden gezocht bij het genoemde in artikel 7:275 lid 4 BW Pro” niet te kunnen volgen, omdat het daar om een forfaitair bedrag gaat, terwijl de benadeelde partij de daadwerkelijk gemaakte kosten voor aangeschafte inboedel vordert, berust dit op een onjuiste lezing van de overweging van de rechtbank. Omdat de vordering is betwist en niet is onderbouwd met bonnetjes, heeft de rechtbank gekeken of het gevorderde bedrag dan naar billijkheid kan worden toegewezen. Om een antwoord te kunnen geven op de vraag of het gevorderde bedrag billijk is, heeft de rechtbank gekeken naar de vergoeding voor huurders van o.a. zelfstandige woningen die volgt uit de ministeriële regeling waarnaar artikel 7:275 lid 4 BW Pro verwijst. Op grond van dat artikel kan de rechter een bedrag vaststellen dat een verhuurder aan een huurder moet betalen ter tegemoetkoming in diens verhuis- en inrichtingskosten bij een gedwongen verhuizing. Dat bedrag komt, aldus de rechtbank, neer op een bedrag van € 7.156,00. Het door de benadeelde partij gevorderde bedrag is nog minder dan de helft van dat forfaitaire bedrag, zodat de rechtbank heeft geoordeeld dat het bedrag voor de inboedel die moest worden aangeschaft naar billijkheid op het gevorderde bedrag kan worden vastgesteld. Het hof sluit zich aan bij dit oordeel van de rechtbank en zal de vordering van de benadeelde partij van de verhuiskosten derhalve tot het gevorderde bedrag van
€ 3.117,78toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
niet-ontvankelijkzal worden verklaard.
€ 3.199,12worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige zal de benadeelde partij
niet-ontvankelijkworden verklaard. Deze schade kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
niet-ontvankelijkworden verklaard. Deze schade kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
niet-ontvankelijkverklaren. Deze schade kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij]
Beslag
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren.
€ 20.849,38 (twintigduizend achthonderdnegenenveertig euro en achtendertig cent) bestaande uit € 849,38 (achthonderdnegenenveertig euro en achtendertig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 3.199,12 (drieduizend honderdnegenennegentig euro en twaalf cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten van de op de beslaglijst onder 1 en 2 genoemde voorwerpen:
- 2 STK Simkaart van zaktelefoon (Omschrijving: [nummer 1] , Lebara) en
- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: [nummer 2] , Xiaomi).