Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
voorlopigbij de vader zal zijn:
4.De omvang van het geschil
voorlopigbij de vader zal zijn:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Partijen zijn ouders van een minderjarige en oefenden gezamenlijk het gezag uit. De rechtbank had een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige om het weekend en tijdens vakanties bij de vader zou verblijven. De moeder kwam in hoger beroep tegen deze regeling en verzocht om schorsing van de zorgregeling vanwege zorgen over veiligheid en de feitelijke uitvoerbaarheid.
Het hof constateert dat de vader in het buitenland verblijft en de zorgregeling daardoor feitelijk niet uitvoerbaar is. De vader is werkzaam als gymleraar in het buitenland en deelt zijn verblijfplaats niet. De moeder vordert dat omgang pas plaatsvindt na een risicotaxatie naar huiselijk geweld, maar het hof ziet op dit moment geen aanleiding voor een onderzoek door de raad voor de kinderbescherming.
Het hof vernietigt de voorlopige zorgregeling en schorst deze totdat de rechtbank een definitieve zorgregeling vaststelt. Het verzoek van de vader om een dwangsom op te leggen wordt afgewezen omdat er geen zorgregeling geldt. De hulpverleningstrajecten zijn nog niet gestart, en het hof benadrukt het belang van medewerking van beide ouders in het belang van het kind.
Uitkomst: De voorlopige zorgregeling wordt geschorst vanwege het verblijf van de vader in het buitenland en de regeling is feitelijk niet uitvoerbaar.