ECLI:NL:GHDHA:2026:1879
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging kinderalimentatie en draagkrachtberekening man in hoger beroep
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag waarin kinderalimentatie werd vastgesteld op €512 per maand met ingang van 1 januari 2025. De man verzocht om vernietiging van deze beschikking en een lagere alimentatie, terwijl de vrouw dit betwistte.
Het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank en stelde vast dat de minderjarige bij de vrouw woont en dat de man gezamenlijk gezag heeft. De behoefte van de minderjarige werd vastgesteld op €949,25 per maand in 2026. Het bruto inkomen van de man werd vastgesteld op €4.670 per maand met een bonus van €16.181 in 2025, waarbij het hof rekening hield met een lagere bonus in 2026 van €9.893 en een indexering van 4%.
De man mocht leasekosten van €467 per maand in mindering brengen omdat het leasecontract tijdens de relatie is aangegaan en niet verwijtbaar is. Andere schulden van de man werden niet in aanmerking genomen wegens onvoldoende bewijs of omdat het voorschotten van ouders betrof. De draagkracht van de man werd berekend op €808 per maand in 2025 en €675 in 2026. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op respectievelijk €117 en €116 per maand, zonder rekening te houden met haar schulden.
De kosten werden verdeeld naar draagkracht, met een zorgkorting van 25%. Het hof concludeerde dat de man voldoende draagkracht heeft om de alimentatie van €512 per maand te voldoen en bekrachtigde de beschikking. Het schorsingsverzoek van de man werd ingetrokken en niet-ontvankelijk verklaard. Proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de kinderalimentatie van €512 per maand en verklaart het schorsingsverzoek van de man niet-ontvankelijk.