Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 6 augustus 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 16 mei 2024;
- het arrest van dit hof van 21 januari 2025, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 maart 2025;
- de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlagen;
- de akte uitlaten van [appellant] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Heeft [appellant] de auto in bezit gehad?
Bij deze verklaar ikals [geïntimeerde]” en “
Dit omdat er een boetethuis is gekomen bij mij” (Productie 7 bij inleidende dagvaarding, onderstreping hof). [geïntimeerde] heeft deze verklaringen en de totstandkoming daarvan verder niet toegelicht en het hof zal daaraan gelet op het voorgaande geen waarde hechten. [geïntimeerde] heeft tot slot een concept contractovername overgelegd. Dit stuk bevestigt weliswaar dat partijen hebben gesproken over overname van de auto door [appellant] (wat niet in geschil is), maar niet dat [appellant] de auto in de door [geïntimeerde] gestelde periode in bezit heeft genomen.
gestelddat [appellant] zijn auto heeft weggenomen, is op zichzelf echter onvoldoende om te onderbouwen dat [appellant] de auto van mei 2019 tot en met april 2023 in bezit heeft gehad, nu [appellant] die stelling (ook herhaaldelijk) heeft weersproken en [geïntimeerde] heeft erkend dat hij in elk geval op enig moment een autosleutel heeft teruggekregen.
dagvaarding € 136,72
griffierecht € 346,-
salaris advocaat € 4.175,- (2,5 punten × tarief III)
nakosten € 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.846,72,-
dagvaarding € 136,73
griffierecht € 349,-
salaris advocaat € 1.086,-Totaal € 1.571,73,-
7.Beslissing
- verklaart het verzet tegen het verstekvonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 19 december 2023 gegrond;
- wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 6.418,45;
- bepaalt dat als [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [geïntimeerde] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.